Paramaribo, 20 juni 2025 – Met toespraken, tentoonstellingen en een gezamenlijke herdenking werd deze week op indrukwekkende wijze stilgestaan bij 180 jaar Boeroes in Suriname. De kleine, maar invloedrijke groep afstammelingen van Nederlandse boerenkolonisten staat hiermee niet alleen stil bij haar eigen verleden, maar werpt ook licht op een bredere geschiedenis van migratie, koloniale beloftes, veerkracht én gedeelde Surinaamse identiteit.
De aankomst in 1845: hoop en desillusie
In juni 1845 arriveerden 384 Nederlandse boeren in Suriname. Ze kwamen met grote verwachtingen: vruchtbaar land, ondersteuning van de overheid en een nieuw bestaan ver weg van de armoede in Nederland. Maar wat zij aantroffen op de voormalige plantage Voorzorg in Saramacca was allesbehalve dat. Het gebied was moerassig, nauwelijks bewoonbaar, en de beloofde voorzieningen — woningen, vee en landbouwmateriaal — bleken grotendeels illusies.
Binnen zes maanden was de helft van de kolonisten overleden aan tropische ziektes zoals dysenterie en tyfus. In de daaropvolgende jaren stierf nog een groot deel. Slechts ongeveer 180 mensen overleefden de eerste vijf jaar en vormden uiteindelijk de kern van wat zou uitgroeien tot de Boeroe-gemeenschap.
Witte boeren en de last van ongelijkheid
Wat vaak onderbelicht blijft in de geschiedschrijving is de bizarre sociale positie van de Boeroes binnen de koloniale verhoudingen. Hoewel zij wit en van Europese komaf waren, bevonden zij zich economisch en sociaal aan de onderkant van het systeem. Handarbeid door witte mensen werd binnen het slavernijsysteem als ‘onwaardig’ beschouwd. Dit leidde tot spanningen en zelfs weerstand vanuit de koloniale elite toen bleek dat de Boeroes — noodgedwongen — zelf hun land bewerkten.
Hun pragmatische werkethiek en afwezigheid van slaveneigendom maakten hen uitzonderlijk. In een tijd waarin slavernij nog gangbaar was (tot 1863) en andere kolonisten zich schuldig maakten aan uitbuiting, kozen de Boeroes ervoor hun eigen arbeid te verrichten. Daarmee namen ze impliciet afstand van het slavernijsysteem, ook al zijn er geen bekende geschriften waarin ze dit expliciet veroordeelden.
Parallellen met andere migratieverhalen
Het verhaal van de Boeroes staat niet op zichzelf. Andere groepen, zoals de Javaanse contractarbeiders die vanaf 1890 naar Suriname kwamen, deelden een soortgelijk lot. Ook zij arriveerden op basis van misleidende beloften, troffen zware werkomstandigheden aan en kregen beperkte ondersteuning na afloop van hun contracttijd. “Misleidende informatie voor de zwakkeren van de samenleving,” noemde een nabestaande het treffend.

En toch: zowel de Boeroes als de Javanen slaagden erin om zich — ondanks alles — te wortelen in Suriname en een blijvende bijdrage te leveren aan de samenleving.
Van overleven naar bloei
Vanaf het begin van de 20e eeuw ontwikkelden de Boeroes zich tot een invloedrijke groep op het gebied van landbouw, melkproductie, pluimveehouderij en handel. In gebieden als Kwatta, Uitvlugt, Tourtonne en Land van Dijk vestigden zich Boeroe-families die nauw betrokken raakten bij het maatschappelijke leven in Paramaribo. Ze richtten coöperaties op, leverden verse melk aan de stad en speelden een rol in het onderwijs, de zorg en de techniek.
Volgens historicus Erick Rijsdijk, nazaat en voorzitter van de Stichting Sranan Boeroe (SSB), draait de Boeroe-identiteit niet om superioriteit of nostalgie, maar om nuchtere inzet en integratie. “We zijn niet apart, we zijn deel van de samenleving,” stelt hij.
Trots op een gedeeld verleden
Tijdens de herdenking in juni 2025 werd de rol van de Boeroes nadrukkelijk erkend door president Santokhi, die via minister Henry Ori liet weten dat de gemeenschap een “onmisbare schakel vormt in de opbouw van een inclusief Suriname.” Ook SSB-penningmeester Aard Veldhuizen sprak over het belang van verbinding: “We hebben hier, net als anderen, een thuis gevonden.”
Een trotse Surinaamse burger formuleerde het treffend: “Ik feliciteer alle Boeroes met hun, onze bigi yari samen.” Die woorden vatten de kern van 180 jaar Boeroe-geschiedenis samen: het is niet slechts hún verhaal, maar ons gezamenlijke erfgoed.
Bekende Boeroes van nu
Hoewel de Boeroe-gemeenschap relatief klein is gebleven, hebben diverse leden zich de afgelopen jaren ingezet om hun geschiedenis zichtbaar te maken:
- Erick Rijsdijk – voorzitter van de SSB, historicus en nazatenactivist.
- Martin Loor – bestuurslid en spreker tijdens de herdenking van 180 jaar Boeroes.
- Ricardo Loor – voorzitter van de Stichting Boeroe Kon Makandra (BKM) in Nederland.
- Cornelis van Dijk – voormalig directeur der Belastingen in Suriname.
Zij zetten zich in voor bewustwording, educatie en het behoud van cultureel erfgoed. Niet vanuit zelfverheerlijking, maar uit een diep besef van verantwoordelijkheid.
Slotbeschouwing
De Boeroes kwamen naar Suriname op zoek naar een beter leven, maar vonden strijd, ziekte en verlies. Wat hen overeind hield, was niet geld of macht — maar doorzettingsvermogen, gemeenschap en arbeidsethos. Hun verhaal leert ons dat identiteit niet gevormd wordt door afkomst alleen, maar vooral door wat je doet met je plek in de geschiedenis.
Of je nu afstamt van een Boeroe, een Javaanse contractarbeider, een tot slaaf gemaakte Afrikaan of een recente migrant — het zijn verhalen als deze die Suriname maken tot wat het is: een land van weerbaarheid, verbondenheid en gedeeld mens-zijn.



Plaats een reactie