Paramaribo – Terwijl Suriname zich opmaakt voor een nieuwe politieke lente onder leiding van president Jennifer Simons, worstelt het land met een indrukwekkende erfenis van sociale malaise, economische valpartijen, en politieke vertraging. De roep om verandering heeft decennialang weerklonken, maar zelden was de nood zo tastbaar als in het jaar waarin Simons het roer overnam. Het volk kijkt met voorzichtig optimisme toe: zal hoop ditmaal ook echt hoop blijven?
🔁 Terug naar 2015: Een koers, een kantelpunt
In 2015 stond de SRD nog op een verhouding van 1 op 4 met de euro. De economie kende toen al de eerste tekenen van fragiliteit. Toen het Amerikaanse bedrijf ALCOA besloot zijn activiteiten in Suriname te staken – op zoek naar landen met lagere lonen – betekende dat een klap voor de productie, werkgelegenheid en het nationale vertrouwen.
Tegelijk ontstond er een sociaal conflict in het westen van het land, waar buitenlandse bedrijven Guianese arbeiders voor slechts een paar dollar per dag in dienst namen. De regering noemde dit “onSurinaams,” en de controverse zette een maatschappelijk debat in gang over waardigheid en uitbuiting.
📉 De koersturbulentie van Santokhi’s jaren
Toen president Chandrikapersad Santokhi in 2020 aantrad, lag de wisselkoers al rond de 1 op 17. Wat volgde was een stormachtige rit van vijf jaar, waarin de SRD verder wegzakte tot 1 op 43. Ondanks IMF-programma’s en hervormingsplannen zag het volk de kosten van levensonderhoud stijgen, terwijl lonen nauwelijks meebewogen. Huishoudens verloren koopkracht, spaargeld verdampte, en Suriname gleed af naar een economische overlevingsmodus.
🏥 Ziekenhuizen in crisis, kinderen in gevaar
De medische sector kraakte onder de druk van begrotingsproblemen en personeelsgebrek. Meerdere ziekenhuizen, zoals het Diakonessenhuis en ’s Lands Hospitaal, kondigden opnamestops aan vanwege onbetaalde rekeningen van het Staatsziekenfonds (SZF).
Een schrijnende ontwikkeling was de toename van kindersterfte, niet door gebrek aan medisch inzicht, maar door het falen van het systeem: te weinig IC-bedden, tekorten aan medicijnen en artsen die noodgedwongen triage moesten toepassen op pasgeborenen.
📚 Onderwijs op drift: een braindrain zonder terugkeer
Ook het onderwijs werd niet gespaard:
- Tientallen docenten – vooral van wiskunde, natuurkunde en technische vakken – verlieten het land.
- Velen zochten werk in Nederland, Curaçao of Frans-Guyana.
- Minister Orie erkende dat het systeem kampt met structurele tekorten, vooral in het beroepsonderwijs.
Leerlingen kregen steeds minder vakken, en ouders begonnen alternatieven te zoeken buiten het reguliere onderwijs. Suriname verloor niet alleen professionals, maar ook generaties aan potentie.
🗣️ Meningsuiting gesmoord, kritische stemmen monddood
Wie kritiek uitte op beleid, liep risico. Journalisten zoals Nita Ramcharan kregen juridische procedures aan hun broek, en ondernemers en opiniemakers werden geïntimideerd.
Volgens activisten ontstond er een angstcultuur waarin mensen hun mening niet meer durfden uiten — bang om hun baan kwijt te raken of sociaal te worden uitgesloten. Demonstraties werden vaak neergezet als ordeverstoring, en sommige activisten belandden zelfs in voorarrest.
⚖️ Tegenvallende rechtsstaat: corruptie, vervolging én politieke reflexen
Onder kabinet Bouterse II waren er onduidelijkheden over miljoenen dollars uit de kasreserves van banken. Topfunctionarissen zoals Gillmore Hoefdraad en Van Trikt moesten het ontgelden voor de vermeende financiële malversaties, maar dit gebeurde pas ná hun ambtstermijn.
Ondertussen bleef de mantra “de vorige regering” klinken – een veelgehoorde verdediging onder Santokhi en zijn ministers. Maar het volk had geen geduld meer voor retroactieve excuses. Het wilde oplossingen. Snel.
💸 Verdwenen miljarden: de claims van Dahoe
Volgens klokkenluider Imran Dahoe en platforms als RInieuws is er tussen 2020 en 2024 tot wel $3,9 miljard USD verdwenen uit Suriname via:
- fictieve brandstofsubsidies;
- dubieuze importconstructies;
- geldstromen richting belastingparadijzen.
Documenten verschenen online. Het Openbaar Ministerie en de Centrale Bank werden op de hoogte gebracht, maar een diepgaand onderzoek bleef uit. Sommige media verwijderden zelfs artikelen — mogelijk onder politieke druk.
👥 Jean ‘Saya’ Mixon: van activist tot oproeper tot geduld
Een opvallende figuur in dit tijdsbeeld is Jean ‘Saya’ Mixon, een Haïtiaanse ondernemer en voormalige campagnevoerder voor de VHP. In 2020 riep hij zijn gemeenschap op om massaal te stemmen op de VHP — met beloften van snel herstel.
In juli 2025 zegt hij echter het volgende:
“Surinamers moeten zich kalm houden en niet verwachten dat dingen snel gaan veranderen.”

Het contrast is pijnlijk: vijf jaar geleden riep hij op tot verandering, vandaag predikt hij geduld. Zijn oproep tot rust wordt niet door iedereen goed ontvangen — de online reacties zijn scherp, soms zelfs cynisch. Toch blijft hij een stem die binnen de Haïtiaanse gemeenschap weerklank vindt.
👩🏽⚖️ President Jennifer Simons: een nieuw begin?
Op deze achtergrond stapt Jennifer Simons naar voren. In haar eerste speeches zegt ze:
- “Het volk zal niet verder verarmen. Ook niet onder druk van het IMF.”
- Ze pleit voor zero tolerance tegen corruptie, waarbij ze stelt: “Als ik werk met iemand en die persoon is corrupt, dan kan ik beter zelf aftreden.”
- Ze stelt dat Suriname niet langer beleidsmatig moet worden uitgehold voor macro-economische prestige, maar moet kiezen voor menselijke waardigheid en sociale rechtvaardigheid.
🌄 Hoop in plaats van herhaling
De vraag blijft: zal Simons doen wat haar voorgangers niet deden?
- Zal zij achter de verdwenen miljarden aangaan?
- Zal zij vervolging instellen tegen corruptie, ongeacht partijbinding?
- Of zal ze de harde keuzes vermijden en zich ‘boven de strijd’ plaatsen?
Wat vaststaat: de hoop leeft weer. Het volk wil een toekomst waarin armoede niet wordt weggepraat met beleidstaal, en corruptie niet wordt weggewoven als politieke afrekening.
📣 Tot slot: hoop vraagt betrokkenheid
Simons alleen kan het tij niet keren. Er is een nieuwe maatschappelijke betrokkenheid nodig — van burgers, ondernemers, journalisten en onderwijsinstellingen. Suriname moet zichzelf opnieuw durven uitvinden, met kritische hoop als kompas.
De voorzichtige belofte van president Simons: “We gaan dit samen doen.”
Nu is het aan Suriname — aan ons allemaal — om te zorgen dat het deze keer wel gebeurt.

Plaats een reactie