Inleiding
De Nederlandse rechtsstaat is gebouwd op fundamenten als gelijkheid, rechtsbescherming en het recht op verdediging. Maar recente ontwikkelingen rond twee zeer verschillende figuren — Ridouan Taghi en Arno van Kessel — werpen een schaduw over deze principes. Taghi, hoofdverdachte in het grootste liquidatieproces van Nederland, zit zonder advocaat. Van Kessel, voormalig advocaat en uitgesproken criticus van het coronabeleid, werd gearresteerd en langdurig vastgehouden zonder aanklacht. Wat zeggen deze casussen over de staat van macht en onmacht in Nederland? En wat betekent dit voor de toekomst van onze rechtsstaat?
Ridouan Taghi: De Onverdedigbare Verdachte
Ridouan Taghi is geen gewone verdachte. Hij wordt gezien als het brein achter een reeks liquidaties, waaronder de moord op advocaat Derk Wiersum en de broer van kroongetuige Nabil B. Zijn zaak, het Marengo-proces, is het grootste en meest beveiligde strafproces in de Nederlandse geschiedenis. Sinds april 2025 zit Taghi zonder advocaat. Niet omdat hij dat wil, maar omdat niemand hem durft te verdedigen.
Drie van zijn voormalige advocaten zijn opgepakt: Youssef Taghi (zijn neef), Inez Weski en Vito Shukrula. Justitie verdenkt hen van het doorspelen van criminele boodschappen. Deze vervolgingen hebben een afschrikwekkend effect gehad op de rest van de advocatuur. Zelfs ervaren strafpleiters durven zich niet meer te melden. De Nederlandse Orde van Advocaten deed een zeldzame publieke oproep om een advocaat voor Taghi te vinden.
Het recht op verdediging is een hoeksteen van de rechtsstaat. Als zelfs de meest gehate verdachte geen juridische bijstand krijgt, dan is dat een fundamentele aantasting van dat principe. Advocaten vrezen dat hun normale professionele handelingen — zoals het bespreken van strategie of het overhandigen van processtukken — geïnterpreteerd kunnen worden als criminele samenwerking. Dit creëert een klimaat van juridische intimidatie, waarin de rechtsbescherming afhankelijk wordt van reputatie en politieke druk.
Arno van Kessel: De Ongewenste Dissident
Aan de andere kant van het spectrum staat Arno van Kessel. Een voormalig advocaat die zich kritisch uitliet over het coronabeleid, de rol van de overheid en de rechtsstaat. Hij werd gearresteerd met machtsvertoon, langdurig vastgehouden en in beperking geplaatst — zonder duidelijke aanklacht. Zijn zaak kreeg weinig media-aandacht, maar riep bij velen vragen op over de vrijheid van meningsuiting en de proportionaliteit van justitieel optreden.
Van Kessel vertegenwoordigt een ander type bedreiging voor de gevestigde orde: niet door geweld, maar door woorden. Toch lijkt ook hier de reactie van Justitie disproportioneel. De arrestatie en isolatie van een dissident zonder aanklacht doet denken aan autoritaire regimes, niet aan een liberale democratie. Het roept de vraag op: wie bepaalt wie verdediging verdient? En wie bepaalt welke mening strafbaar is?
Macht en Onmacht: Een Dubbele Spiegel
De casussen van Taghi en Van Kessel lijken op het eerste gezicht onvergelijkbaar. De één is een topcrimineel, de ander een uitgesproken criticus. Maar samen vormen ze een dubbele spiegel voor de Nederlandse rechtsstaat:
- Taghi toont de onmacht van de verdediging: advocaten durven hun werk niet te doen uit angst voor vervolging.
- Van Kessel toont de macht van Justitie: een dissident kan zonder aanklacht worden vastgehouden en monddood gemaakt.
In beide gevallen is er sprake van een verschuiving in de balans tussen macht en rechtsbescherming. Justitie lijkt steeds meer te opereren vanuit een veiligheidslogica, waarin het voorkomen van risico’s belangrijker is dan het garanderen van rechten. De AIVD speelt een actieve rol in het monitoren van verdachten én hun advocaten. De scheiding tussen strafrecht en staatsveiligheid vervaagt.
De Rechtsstaat als Selectief Systeem
Een rechtsstaat bewijst zijn kracht niet door hoe hij met brave burgers omgaat, maar door hoe hij zijn grootste vijanden behandelt. Als het recht op verdediging afhankelijk wordt van reputatie, dan is de rechtsstaat niet langer universeel, maar selectief. Dat is gevaarlijk.
In het geval van Taghi is het begrijpelijk dat Justitie waakzaam is. Maar waakzaamheid mag niet omslaan in wantrouwen jegens de hele beroepsgroep van strafpleiters. Advocaten moeten hun werk kunnen doen zonder angst voor vervolging. Anders ontstaat een chilling effect, waarin niemand zich nog waagt aan gevoelige dossiers.
Bij Van Kessel is het juist de vrijheid van meningsuiting die onder druk staat. Zijn arrestatie laat zien dat afwijkende meningen — zeker als ze systematisch en juridisch onderbouwd zijn — als bedreiging kunnen worden gezien. Dat is een glijdende schaal richting repressie.
Wat betekent dit voor de toekomst?
De situatie rond Taghi en Van Kessel is geen incident, maar een symptoom van een bredere trend. De rechtsstaat staat onder druk van verharding, polarisatie en veiligheidsdenken. Als deze trend doorzet, dan dreigen fundamentele rechten — zoals verdediging, vrije meningsuiting en toegang tot de rechter — afhankelijk te worden van politieke en maatschappelijke acceptatie.
Er is dringend behoefte aan:
- Herwaardering van het recht op verdediging, ook voor de meest gehate verdachten.
- Heldere waarborgen voor advocaten, zodat zij hun werk kunnen doen zonder angst.
- Open debat over de balans tussen veiligheid en rechtsstaat, zodat excessen worden voorkomen.
- Transparantie in justitieel optreden, zodat burgers vertrouwen houden in het systeem.

Conclusie
De rechtsstaat is geen vanzelfsprekendheid. Zij leeft bij de gratie van principes die ook onder druk overeind moeten blijven. De casussen van Ridouan Taghi en Arno van Kessel laten zien dat die principes in Nederland onder druk staan — van twee kanten tegelijk. Macht en onmacht wisselen elkaar af, en de rechtsbescherming wordt selectief toegepast.
Als Nederland een rechtsstaat wil blijven, dan moet het systeem niet alleen de brave burger beschermen, maar ook de crimineel en de dissident. Want juist daar — in de uitersten — wordt de ware kracht van de rechtsstaat zichtbaar.



Plaats een reactie