Rotterdam – Misschien heb je het nieuws al voorbij zien komen: Israël voerde een gerichte luchtaanval uit op een compound in Doha, waarbij naar eigen zeggen meerdere hoge kopstukken van Hamas omkwamen. Tegelijkertijd gonst het van de geruchten over interne geldstromen, politieke manoeuvres van premier Netanyahu en de krakende fundamenten van de Abraham-Accoorden. Hoe geloofwaardig zijn al die claims, en wat betekent dit voor de regio én voor ons wereldbeeld? In dit artikel doorgronden we stap voor stap wat er echt speelt, zodat jij de verhalen achter de headlines kunt plaatsen.
De luchtaanval in Doha: wat is er écht gebeurd?
Eind augustus hield Hamas in Doha een onderhandelingsdelegatie bijeen. Israël liet een barrage raketten los op het gebied, vlak bij een Qatarese veiligheidszone waar internationale diplomaten normaal ongehinderd kunnen opereren. Kort daarna kondigde premier Netanyahu trots aan dat ze meerdere “hooggeplaatste” Hamas-leiders hadden uitgeschakeld.
Toch ontbreekt harde bevestiging. Hamas zelf ontkent dat hun top er lag bij te komen. In plaats daarvan spreken ze van vijf doden onder lagere functionarissen en een Qatarese beveiliger. Onafhankelijke journalisten vonden enkel beelden van rookpluimen en puin, geen lichamen van de beoogde doelwitten. Aan Israëlische kant blijft men vasthouden aan geheime inlichtingen en radioberichten, waarbij de onzichtbaarheid van bewijs vragen oproept over de betrouwbaarheid van de claim.
De aanval oogt militair indrukwekkend – nooit eerder zagen we Israël op Qatarese bodem toeslaan – maar is de politieke winst opwegen tegen de diplomatieke valkuilen? Daar komen we later op terug.
Hamas-infiltratie en 7 oktober 2023: feiten versus fabels
Verhalen over de Hamas-aanval van 7 oktober 2023 lijken inmiddels in legendes te vervloeien. Hoe kon een beweging zonder luchtmacht, en met beperkte middelen, voor een bloedbad zorgen in zo’n zwaar bewaakt grensgebied? En waarom kreeg het verhaal van Israëlische getuigen nauwelijks aandacht?
Feiten op een rijtje:
- Hamas opende de aanval met een intensieve raketlawine, bedoeld om Israëlische verdediging en radar uit te schakelen.
- Vervolgens rukten honderden strijders op via prikkeldraadversperringen, motortjes, pick-ups en zelfs paramotoren.
- Israëlische inlichtingendiensten en legerleiding rekenden op kleinere infiltraties, niet op een gecoördineerde, meervoudige aanvalsgolf.
Deze combinatie van verrassende aanvalsroutes en een onderschatte dreiging maakte het succes van de aanval mogelijk. De getuigenissen van Nova-festivalgangers en grenswachten werden nauwelijks opgepikt doordat internationale media zich richtten op Gaza en omdat de verhalen in het Hebreeuws werden verteld. Daardoor ontstond de schijn dat er geen soldaten stonden, terwijl er in realiteit grenspolitie- en veiligheidseenheden waren, maar zwaar onderbezet en verrast.
Netanyahu in de hoofdrol: held, minnaar of… redder?
Benjamin Netanyahu staat keer op keer centraal in de discussies rondom militaire strategie, financiële stromen en politieke manoeuvres. Wat klopt er van de verhalen dat hij:
- Persoonlijk alle luchtaanvallen autoriseert?
- Ongewild bijdraagt aan de financiering van Hamas?
- Oorlogen begint om zijn eigen corruptieproces te vertragen?
Op nummer één scoort Netanyahu hoge punten bij zijn achterban. Hij nam officiële verantwoordelijkheid voor de strikes in Doha en duidt ze als noodzakelijke klappen tegen terrorisme. Kritische journalisten vragen zich echter af of al zijn acties gestoeld zijn op waterdicht bewijs, of dat opportunisme soms de overhand krijgt.

Over punt twee circuleren feiten: Israël int btw en invoerrechten voor Gaza en keert die via de Palestijnse Autoriteit uit. Sinds Hamas in 2007 de baas is, stroomt een deel van die opbrengst door naar ambtenarensalarissen in Gaza. Ook liet Israël Qatar-tasjes met contant geld richting Gaza passeren, officieel voor humanitaire hulp. Daardoor ontstaan politieke paradoxen: Israël was zelf medeverantwoordelijk voor geld dat in handen viel van Hamas.
Punt drie – de vermeende oorlog om zijn rechtszaken te vertragen – blijft speculatie. Netanyahu’s corruptieproces startte eind 2024, maar er is geen sluitend bewijs dat hij bewuste militaire escalaties in gang zette om zittingen uit te stellen. Het drama van 7 oktober kwam van Hamas, niet van een Israëlische gecoördineerde oorlogsdans.
Geldstromen en spelletjes: Qatar, Israël en Hamas
In de diplomatieke coulissen van het Midden-Oosten spelen cashflows een cruciale rol. Twee kanalen springen eruit:
- Belastingincasso’s voor Gaza: Tel Aviv int btw en douanerechten voor invoer in Gaza. Vóór 2007 ging dat via de Palestijnse Autoriteit. Nu Hamas de baas is, belanden de gelden deels bij hen.
- Qatar’s contante zakken: sinds 2021 stuurde Qatar, met Israëlische instemming, geld in koffers richting Gaza. Humanitaire hulp was de dekmantel, maar Hamas beschikte over die cash om salarissen en infrastructuur te financieren.
Israëlische rechtse politici als Itamar Ben-Gvir en Bezalel Smotrich gebruiken deze informatie om te roepen: “Wij betalen mee aan ons eigen terrorisme.” Hun oplossing? Alle geldstromen stoppen. Maar wat zou dat betekenen voor de miljoenen Gazanen die afhankelijk zijn van medische en levensonderhoudssteun? Een harde streep door de rekening kan leiden tot humanitaire rampspoed en meer instabiliteit.
De Abraham-Accoorden onder druk
De Abraham-Accoorden van 2020 stonden ooit symbool voor een nieuwe wind in het Midden-Oosten. Israël sloot normalisatieverdragen met de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Marokko en Soedan, allemaal onder bemiddeling van de Verenigde Staten. Het akkoord beloofde economische samenwerkingen, rechtstreekse vluchten en veiligheidspartnerschappen.
Na de strike in Doha stokten twee belangrijke trajecten:
- Een normalisatieproces met Saoedi-Arabië ligt al sinds maart on hold. Saudi’s wilden garanties op stakings van nederzettingenbouw. De Gaza-escalatie maakte elke stap verder onmogelijk.
- De VAE, Bahrein en Oman pauzeerden topniveaucontacten met Israël. Ze veroordeelden de aanval op Qatar als soevereiniteitschending, zonder direct Hamas in de armen te sluiten.
Deze bekoeling laat zien dat strategische partnerschap broos is als publieke opinie en solidariteit met de Palestijnse zaak zwaarder wegen dan kortetermijnveiligheidsovereenkomsten.
Golfstaten en Qatar: solidariteit, politiek of iets daartussenin?
Toen Israël Doha bombardeerde, schoten Qatar’s buren te hulp. De Emiraten, Koeweit, Jordanië en Egypte veroordelden de aanval publiekelijk en stuurden delegaties naar Doha. Ze spraken hun steun uit voor Qatar’s soevereiniteit, zonder expliciet een Hamas-alliantie te omarmen.
Hun motieven? Solidair met een Arabische natie én alert op Israël’s groeiende durf. Het signaal aan Israël: grenzen en diplomatieke enclaves blijven onaantastbaar. Tegelijk blijven veel Golfstaten pragmatisch samenwerken met Israël tegen Iran. Die tweeslag maakt hun houding genuanceerd: harde woorden over schending van internationaal recht, gevolgd door stilte over de status van Hamas zelf.
De tol voor de Israëlische economie
Een oorlog die maandelijks miljarden kost, laat sporen na in de boekhouding. Sinds het begin van het offensief stegen de defensiebudgetten naar recordhoogte: bijna 9 % van het bruto binnenlands product. Tegelijk spannen beleggers samen en trekken grote fondsbeheerders zich terug:
- Het Noorse pensioenfonds NBIM dumpte zijn aandelen in vijf grote Israëlische banken en in defensiegerelateerde bedrijven.
- Buitenlandse investeerders stelden geplande acquisities uit. Een aantal start-ups verschuift hun hoofdkantoor naar Europa of de VS.
- Interne tekorten in arbeidskrachten door duizenden opgeroepen reservisten veroorzaken personeelstekorten in horeca, bouw en logistiek.
Toch blijft de hightechsector een buffer. Software- en chipbedrijven genereren bijna de helft van de exportinkomsten en klampen zich vast aan overheidssteun, belastingvoordelen en de belofte van veilige havens in Europa. Voorlopig kan Israël leunen op goedkope leningfaciliteiten uit pensioenfondsen en gefragmenteerde EU-fondsen om de economie op peil te houden.
Draagvlak en war-fatigue binnen Israël
Oorlog verenigt, maar op den duur slijt de eens zo sterke eensgezindheid. Direct na 7 oktober onderschreven meer dan 90 % van de Israëli’s de militaire tegenacties. Inmiddels is dat cijfer gezakt naar zo’n 60 %. Jonge volwassenen onder de 35 willen vaker onderhandelingen of een tijdelijk staakt-het-vuren, terwijl ouderen vasthouden aan een hard koers.
Op de straten van Tel Aviv en Haifa zie je nog altijd solidariteitsmarsen voor militairen, maar ook protestborden van families van gesneuvelden die vragen om een politiek pad. In sociale media gonst de frustratie over inflatie, tekorten aan bouwmaterialen en de aanhoudende dienstplicht. “We willen halverwege ons leven geen eeuwigdurend conflict,” zeggen studenten en jonge ouders.
Strategisch succes of diplomatiek debacle?
Kijken we terug, dan is de aanval in Doha een militair sterk signaal geweest: Israël liet zien dat zijn hand reikt tot ver buiten de eigen grenzen. Maar de diplomatieke prijs was hoog:
- De Golfstaten spelen nu een harder toontje naar Tel Aviv.
- Vredesonderhandelingen via Doha liggen op hun gat.
- De reputatie van Israël’s betrouwbaarheid als partner kreeg een deuk.
Militair succes kan op lange termijn verdampen als je diplomatieke wegen afsluit. Als Israël al zijn kaarten op hard power zet, valt er weinig over voor de soft power die nodig is om internationale steun vast te houden.
Wat staat de toekomst te wachten?
Voor premier Netanyahu is de aanval een moment van glorie én van vraagtekens. Zijn imago als onverzettelijke leider werd in eigen land bekrachtigd, maar internationaal staat hij onder druk door:
- De Qatargate-affaire, waarin vertrouwelingen van hem worden onderzocht op illegale geldstromen.
- Het voortwoekerende corruptieproces, dat door de oorlog wel vertraagde, maar nooit helemaal stilviel.
- Het wankelende draagvlak bij gematigde kiezers en bedrijfsleiders die opstappen.
Economisch en politiek geldt nu de kunst van het balanceren. Eén verkeerde zet kan verdere investeringsvluchten en diplomatieke isolatie in gang zetten. Tegelijk heeft Israël sterke partners: de VS blijft nu eenmaal de grootste bondgenoot, en tegen Iran blijven Gazadiënten een gedeelde vijand.
Uiteindelijk hangt het af van drie cruciale factoren:
- Heropening van vredesgesprekken met Saudi-Arabië en andere Golfstaten
- Eerlijke verantwoording over luchtaanvallen en menselijke kosten
- Hervonden focus op onderhandelingen boven puur militair geweld
Wij zitten in de wachtkamer voor de volgende ronde. Wordt het meer van hetzelfde hard power-vertoon? Of kiest Israël uiteindelijk voor een strategie die zowel militair veilig als diplomatiek houdbaar is?
Voor ons in Rotterdam en elders in de wereld gelden de lessen dat grootmachtpolitiek niet alleen draait om raketten en strategieën. Achter elke slag op het slagveld schuilt een netwerk van geld, macht, belangen en soms fragiele allianties. En achter elke politicus staat de vraag: wat is echt slim, als menselijk leven en regionale stabiliteit op het spel staan?

Plaats een reactie