Rotterdam – Terwijl de wereld zich opmaakt voor een nieuwe ronde van geopolitieke schermutselingen—tussen Washington en Beijing, tussen sancties en tegenmaatregelen—blijven de straten van Crooswijk, Delfshaven en Katendrecht gewoon hun ritme volgen. Hier eet je nog steeds tjauw min bij de afhaal op de hoek, groet je je buurman met een knik, en hoor je op zaterdagmiddag een mix van Kantonees, Sranantongo, Nederlands en Papiaments door elkaar heen.
Maar onder die dagelijkse vanzelfsprekendheid borrelt iets. Want wat betekent het als Nederland ineens de controle over een Chinees chipbedrijf overneemt? Als de Zuid-Chinese Zee op ramkoers ligt? Als China in Venezuela, de Sahel en Oekraïne steeds nadrukkelijker aanwezig is? En wat betekent dat voor de mensen die hier al generaties lang Chinees zijn én Rotterdams?
Dit artikel is geen oproep tot actie. Geen manifest. Geen politiek pamflet. Het is een poging om te begrijpen. En om vast te houden aan iets wat groter is dan geopolitiek: elkaar.
🧠 Chips, controle en de comeback van de staat
Begin oktober greep de Nederlandse overheid in bij chipbedrijf Nexperia in Nijmegen. Geen overname door een ander bedrijf, maar een directe ingreep door de Staat der Nederlanden. Via een obscure wet—de Wet Beschikbaarheid van Goederen—werd het Chinese moederbedrijf Wingtech buitenspel gezet. De reden? Zorgen over technologische veiligheid, bestuurlijke chaos, en het risico dat cruciale chipkennis naar China zou verdwijnen.
Nexperia is geen sexy merk. Geen iPhone-maker of AI-gigant. Maar het produceert de onzichtbare bouwstenen van onze digitale wereld: diodes, transistors, voltage regulators. Zonder Nexperia geen elektrische auto’s, geen medische apparatuur, geen slimme netwerken.
Dat Nederland ingrijpt, is dus niet zomaar een juridische actie. Het is een signaal: we willen onze technologische infrastructuur terug. Maar het roept ook vragen op. Want Wingtech is Chinees. En Nexperia was al sinds 2018 in Chinese handen. Waarom nu pas ingrijpen? En wat betekent dat voor de manier waarop we naar China kijken?
🌍 China’s lange arm: van Taiwan tot Tainan
Om dat te snappen, moeten we terug. Naar 1624, toen de VOC Taiwan bezette en Fort Zeelandia bouwde. Naar Batavia, waar Chinese slaven werkten op scheepswerven en distilleerderijen. Naar Suriname, waar Chinese contractarbeiders na de afschaffing van de slavernij op plantages werden ingezet. Naar Curaçao, waar Hakka-winkeliers de lokale economie hielpen opbouwen.

De Chinese aanwezigheid in het Nederlandse koloniale systeem was geen voetnoot. Het was fundamenteel. Maar vaak onzichtbaar gemaakt. Gereduceerd tot “exotisch”, “handig”, “stil”. Terwijl het ging om mensen. Lichamen. Levens.
En nu, in 2025, zien we China opnieuw opduiken—maar dan als geopolitieke grootmacht. In Venezuela, waar Xi Jinping en Maduro samen infrastructuurprojecten opzetten. In de Sahel, waar Chinese mijnbouwbedrijven uranium en lithium winnen. In Oekraïne, waar China zich stilhoudt over de oorlog, maar wel economische invloed probeert te kopen. En in de Zuid-Chinese Zee, waar fregatten, waterkanonnen en raketinstallaties de toon zetten.
China speelt het spel slim. Geen tanks, maar havens. Geen invasies, maar investeringen. Geen kolonisatie, maar controle via technologie, grondstoffen en diplomatie.
🏙️ Rotterdam: stad van lagen, stad van mensen
En dan zijn we weer terug in Rotterdam. Waar de Chinese gemeenschap al meer dan honderd jaar meedraait. Van de zeelieden op Katendrecht tot de ondernemers op de West-Kruiskade. Van Chinese Surinamers en Antillianen tot studenten van Erasmus Universiteit. Van gemengde gezinnen tot kunstenaars als Fenmei Hu, die via Cong’s Place en Space101 de Chinese cultuur zichtbaar maken.
Deze gemeenschap is geen verlengstuk van Beijing. Geen politieke pion. Geen abstracte entiteit. Het zijn mensen. Rotterdammers. Landgenoten. Met verhalen, herinneringen, dromen.
Maar in tijden van geopolitieke spanning is het verleidelijk om te vervallen in framing. In wantrouwen. In “wij” versus “zij”. In de gedachte dat technologie, afkomst en identiteit één op één verbonden zijn met staatsmacht.
Dat is gevaarlijk. Want het maakt mensen tot schaduw. Tot projectie. Tot object.
🧭 Wat zien we als we écht kijken?
Als we écht kijken, zien we dat de Chinese gemeenschap in Rotterdam bestaat uit lagen:
- De oudste laag: mannen uit Guangdong en Fujian, die als zeelieden en stakingsbrekers werkten in de haven.
- De Caribische laag: Chinese Surinamers en Antillianen, met hybride identiteiten en migratieverhalen.
- De nieuwe migratie: studenten, tech-ondernemers, kunstenaars.
- De stille groep: gemengde gezinnen, tweede en derde generatie, vaak onzichtbaar in het publieke debat.
En daarbinnen: dialecten, religies, eetgewoonten, herinneringen. Geen monoliet, maar een mozaïek.
🔍 Waarom dit ertoe doet
Omdat geopolitiek niet mag bepalen wie we als medemens zien. Omdat technologie geen excuus mag zijn voor uitsluiting. Omdat geschiedenis ons leert dat framing altijd begint met abstractie—en eindigt met ontmenselijking.
En omdat Rotterdam altijd een stad is geweest van mensen die samen bouwen. Die samen leven. Die samen eten, werken, dansen, rouwen, vieren.
💬 Dus wat nu?
Geen oproep tot actie. Geen manifest. Geen hashtag.
Alleen dit: dat we blijven kijken. Blijven luisteren. Blijven groeten. Blijven eten bij de afhaal op de hoek. Blijven praten met onze buren. Blijven herinneren dat achter elke chip, elke krant, elke straat een mens zit.
En dat we elkaar blijven zien als wat we zijn: Rotterdammers. Nederlanders. Landgenoten.



Plaats een reactie