Nieuwe Rol voor Private Initiatieven in Opsporing

Rotterdam – Er wordt gezegd dat een lange weg begint met de eerste stap. Een oude Chinese wijsheid, vaak toegeschreven aan Laozi, die ons eraan herinnert dat grote bewegingen klein beginnen. In Rotterdam, waar de straatstenen nog warm zijn van de oliebollen en het vuur van de midwinter, klinkt die wijsheid ineens actueel. Want wat betekent het wanneer een stichting – een foundation, zoals men dat in het Engels noemt – besluit om zelf politiewerk te gaan doen?

De Peter R. de Vries Foundation, vernoemd naar de vermoorde misdaadverslaggever, wil coldcases aanpakken. Moord en vermissing, de dossiers die al jaren stof liggen te verzamelen. Het is een eerste stap, zeggen sommigen. Een stap richting een nieuwe vorm van opsporing, misschien zelfs een voorbode van iets dat lijkt op private politie. En dat roept vragen op, vragen die niet alleen in Den Haag en Brussel zouden moeten klinken, maar ook in de straten van Crooswijk en Delfshaven, waar de gewone man zijn brood haalt en zijn verhalen vertelt.

Een stichting is geen politie

Een foundation is, in onze taal, gewoon een stichting. Geen korps, geen macht met handboeien of pistolen. Toch wil deze stichting meer doen dan alleen nabestaanden bijstaan. Ze willen zelf onderzoek gaan voeren, met oud-rechercheurs en forensisch deskundigen. Ze willen getuigen horen, sporen volgen, beloningen uitloven.

Advertentie

Maar er is een grens. De politie zegt: kan, maar is ook begrensd. Je mag iemand aanspreken, een tip navragen. Maar je mag geen druk zetten, geen observaties doen, geen lopend onderzoek verstoren. Het is een dunne lijn, een spanningsveld waar de foundation zich bewust van is. Ze zeggen: als wij het niet doen, wie doet het dan wel?

De politie schiet tekort

Nederland telt naar schatting zeker 1300 coldcases. Moorden en vermissingen die al jaren wachten op antwoorden. Nabestaanden die wanhopig zijn, families die geen rust vinden. De politie erkent dat ze tekortschiet. Niet omdat ze niet willen, maar omdat de capaciteit ontbreekt. Elke regio heeft een coldcaseteam, maar de druk van actuele misdaad is groot.

En zo ontstaat er een gat. Een leegte waarin de foundation stapt. Ze willen dat gat vullen, niet om de politie te vervangen, maar om families perspectief te geven. Het is een poging om rechtvaardigheid te brengen waar stilte heerst.

Geen ontucht, geen beleid

Belangrijk om te begrijpen: de foundation richt zich niet op zedenmisdrijven, niet op ontuchtzaken, niet op politiek beladen verhalen zoals Bodegraven of complotten rond coronabeleid. Hun werkterrein is strak afgebakend: moord en vermissing.

Dat betekent dat verhalen zoals het Demmink-dossier of de Bodegraven-kwestie buiten hun bereik vallen. Ook het coronabeleid, hoe je dat ook beoordeelt, is geen coldcase. Het is beleid van de overheid, geen strafrechtelijk onderzoek naar een vermiste of vermoorde burger. De foundation wil juist voorkomen dat ze in dat soort gevoelige dossiers terechtkomen.

Robocop en Rotterdam

Toch roept het initiatief beelden op. Paul Verhoeven liet ons in Robocop 3 zien hoe een private corporatie de politie overneemt. Een dystopie waarin rechtvaardigheid wordt vervangen door winst en macht.

Peter R de Vries

De foundation is geen Robocop. Ze hebben geen wapens, geen bevoegdheden. Ze zijn een stichting, een burgerinitiatief. Maar de vergelijking laat zien hoe groot de vragen zijn. Is dit een eerste stap richting privatisering van opsporing? Of blijft het een aanvulling, een noodgreep in een land waar de politie te weinig handen heeft?

In Rotterdam klinkt die vraag rauw en direct. Want hier, op straat, weet men dat elke eerste stap een lange weg kan worden.

Den Haag en Brussel kijken toe

Tot nu toe hebben Den Haag en Brussel zich niet uitgesproken. Politici wachten af. Ze zien dat de foundation families helpt, maar ze weten ook dat opsporing een kerntaak van de staat is.

In Brussel bemoeit men zich niet met nationale opsporing, tenzij er sprake is van mensenrechten of grensoverschrijdende misdaad. In Den Haag is het stil. Misschien omdat men niet weet hoe dit initiatief juridisch moet worden ingekaderd. Misschien omdat men bang is voor precedent.

Voorlopig is het vooral een gesprek tussen politie en stichting. Een gesprek over grenzen, over mogelijkheden, over de vraag wie rechtvaardigheid mag brengen.

De gewone man in de straat

Voor wie op straat loopt, voelt dit allemaal minder abstract. Families die wachten op antwoorden, moeders die hun kinderen nooit meer zagen, broers die vijftien jaar later nog vragen stellen. Het gaat om mensen, niet om dossiers.

De foundation zegt: wij doen dit voor hen. De politie zegt: wij willen ook, maar we kunnen niet alles. En de politiek zwijgt.

Het is de energie van de straat die dit verhaal drijft. De furie tegen armoede, tegen onderdrukking, tegen uitbuiting. Want ook hier gaat het om macht en onmacht. Om wie bepaalt wat onderzocht wordt, en wie achterblijft in stilte.

Filosofie en realiteit

De oude Chinese wijsheid klinkt door: een lange weg begint met de eerste stap. De foundation zet die stap. Maar waar leidt de weg heen?

Filosofisch gezien kan dit de opmaat zijn naar een nieuwe rol voor private initiatieven in opsporing. Praktisch gezien blijft het voorlopig beperkt tot coldcases, tot aanwijzingen en getuigen.

Het is een balans tussen idealisme en realiteit. Tussen de droom van rechtvaardigheid en de grenzen van de wet.

Rotterdamse energie

In Rotterdam wordt dit verhaal verteld met een accent dat niet te negeren valt. Het is de energie van de gewone man, de directe toon van de straat. Hier wordt niet om de hete brij heen gedraaid. Hier wordt gezegd: de politie schiet tekort, de foundation vult aan. Maar let op, want de grenzen zijn scherp.

Peter R. de Vries Foundation overzicht

Het is een verhaal dat past bij de stad. Een stad die altijd balanceert tussen nostalgie en hoop, tussen traditie en vernieuwing. Een stad die weet dat rechtvaardigheid niet vanzelf komt, maar bevochten moet worden – al is het met woorden, met kunst, met verhalen.

Conclusie: een lange weg onder Rotterdamse voeten

De Peter R. de Vries Foundation is geen politie, maar een stichting. Ze richten zich op moord en vermissing, niet op ontucht, niet op beleid, niet op complotten. Ze vullen een gat dat de politie door capaciteitsgebrek laat vallen.

Het is een eerste stap. Een stap die vragen oproept over privatisering van opsporing, over grenzen en mogelijkheden. Den Haag en Brussel kijken toe, de politie waarschuwt, de foundation zegt: als wij het niet doen, wie dan wel?

En wij, op straat, voelen de energie. De furie tegen onrecht, de lust voor het leven, het idealisme voor een betere wereld. Met Rotterdam onder de voeten, met de wijsheid van Laozi in het hoofd, weten we: een lange weg begint met de eerste stap.


Gepost op

in

door

Reacties

Plaats een reactie