Gemiste Kans: De Mislukte Coup in Burkina Faso

Rotterdam – In de eerste week van januari 2026, terwijl de wereld met open mond keek naar de kidnapping van Nicolás Maduro in Venezuela, voltrok zich in Ouagadougou een ander drama. Een poging tot staatsgreep tegen president Ibrahim Traoré, amper vier jaar na de val van Roch Marc Kaboré en de mislukte tegenzet van ex-president Damiba, werd verijdeld. Het nieuws kwam wel naar buiten via Afrikaanse media, maar in de westerse kranten bleef het stil. Alsof er niets gebeurd was. Alsof de straten van Ouagadougou niet trilden van spanning.

En toch, wie de beelden zag, wie de stemmen hoorde, weet dat er iets groots speelde. Militairen met banden naar Damiba werden opgepakt. De bevolking stroomde naar het presidentieel paleis, niet met wapens maar met hun lichamen, hun stemmen, hun aanwezigheid. En in de alternatieve Afrikaanse media klonk het verhaal dat Traoré zelf doelwit was van een kidnapping, dat de massa hem letterlijk had gered.

Het vacuüm van stilte

Waarom bleef het Westen stil? Omdat de headlines elders lagen. De kidnapping van Maduro door Amerikaanse troepen was spectaculair, een geopolitieke klap die de wereldpers opslokte. Burkina Faso verdween in de schaduw. Maar in die schaduw groeide een ander narratief, een verhaal dat in Ouagadougou zelf rondging: dat buitenlandse mogendheden, misschien zelfs de VS, betrokken waren bij de poging tot machtsovername.

Advertentie

Afrikaanse staatsmedia spraken voorzichtig van “externe krachten”. Russische en Iraanse platforms wezen direct naar Washington en Parijs. Chinese media benadrukten hun rol als nieuwe partner, met leveringen van wapens en voertuigen. Turkse kranten plaatsten het in de bredere context van de Sahel, de “coup-gordel” waar regimes vallen en opstaan als dominostenen.

De massa als schild

Het beeld dat bleef hangen was dat van de massa. Mensen die naar het paleis trokken, niet omdat ze blind volgden, maar omdat ze voelden dat hun president bedreigd werd. Het narratief van de alternatieve media was helder: de bevolking redde Traoré van een kidnapping. Of dat feitelijk zo was, doet er bijna niet toe. Het beeld is krachtig, symbolisch. Het vertelt iets over de relatie tussen volk en macht in een land dat al jaren leeft met coups, met onzekerheid, met de dreiging van jihadistische aanvallen.

De echo van Syrië en Irak

Wie naar de wapens keek, zag iets bekends. De jihadisten in Burkina Faso rijden in Toyota’s, communiceren via iPhones, schieten met westerse geweren. Geen Chinees, geen Russisch materiaal. Alles westers. Het doet denken aan Syrië en Irak, waar ook de strijders met dollars betaalden, waar de wapens uit westerse depots kwamen, waar de voertuigen uit dezelfde fabrieken rolden als die van ons.

Dat voedt het wantrouwen. Het voedt het idee dat het Westen dubbelspel speelt, dat het de vijand voedt om de aanwezigheid te rechtvaardigen. In de Sahel klinkt steeds vaker de beschuldiging dat Frankrijk jihadisten financiert of gebruikt om invloed te behouden. Bewijs ontbreekt, maar de beelden zijn genoeg om het narratief te dragen.

De geopolitiek van grondstoffen

Waarom zoveel strijd om deze landen? Omdat de AES – Burkina Faso, Mali, Niger – rijk zijn aan grondstoffen. Goud in Burkina Faso, lithium in Mali, uranium in Niger. Olie, gas, fosfaten. Het zijn geen lege zandvlaktes, het zijn schatkisten. En in een wereld die hunkert naar energie en batterijen, naar kerncentrales en smartphones, zijn deze landen strategisch goud waard.

Frankrijk wil uranium. China wil lithium. Rusland wil invloed. De VS wil controle. En de bevolking? Die wil veiligheid, brood, waardigheid. Maar in de strijd om grondstoffen wordt hun stem vaak overstemd.

De stilte van de Westerse media

Wat opvalt is de stilte. Terwijl Afrikaanse media berichtten over arrestaties en complotten, terwijl alternatieve platforms spraken van kidnapping en redding, bleef het Westen grotendeels stil. Een korte notitie hier en daar, maar geen headlines. Geen analyses. Geen furie.

De massa

Die stilte is niet neutraal. Ze is een keuze. Ze zegt: dit verhaal is niet belangrijk genoeg. Het zegt: onze aandacht ligt elders. En zo wordt de perceptie van wat “wereldnieuws” is, bepaald door redacties in Parijs, Londen, New York. Terwijl in Ouagadougou mensen hun president verdedigden met hun lichamen.

Rotterdamse echo’s

Wie in Rotterdam over de straat loopt, voelt misschien de afstand. Maar de echo is dichtbij. Want ook hier kennen we het gevoel van wantrouwen tegenover grote verhalen, tegenover media die kiezen wat wel en niet telt. Ook hier kennen we de furie tegen armoede, tegen uitbuiting, tegen het idee dat de gewone mens slechts decor is in een spel van machten.

De energie van de straat, de lichamen die zich verzetten tegen stilte, dat is universeel. Het is de energie van Crooswijk, van Delfshaven, van pleinen waar mensen samenkomen om hun stem te laten horen.

De drie lagen van waarheid

Wat dit verhaal laat zien, is dat er drie lagen van waarheid bestaan.

  • De officiële laag: staatsmedia en internationale pers, die spreken van een verijdelde coup en arrestaties.
  • De alternatieve laag: platforms en influencers die vertellen over kidnapping en redding door de massa.
  • De geopolitieke laag: landen die het verhaal gebruiken om hun eigen narratief te versterken – Rusland tegen het Westen, China als nieuwe partner, Iran als criticus van Amerikaanse inmenging.

Samen vormen ze een caleidoscoop van verhalen. En wie wil begrijpen wat er werkelijk gebeurde, moet door die lagen heen kijken.

Het lichaam als metafoor

Wat mij raakt, is hoe vaak het lichaam terugkomt in deze verhalen. Het lichaam van de president dat bedreigd werd. Het lichaam van de massa dat hem beschermde. Het lichaam van de straat in Ouagadougou dat trilde van spanning. Het lichaam van de Rotterdammer dat voelt hoe nieuws hem raakt, hoe stilte hem frustreert.

Het lichaam is geen abstractie. Het is de plek waar macht en verzet samenkomen. Het is de plek waar armoede voelbaar is, waar uitbuiting tastbaar wordt, waar rechtvaardigheid niet alleen een woord maar een ervaring is.

De lus van coups

Burkina Faso leeft in een lus van coups. 2022: Damiba zet Kaboré af. 2022: Traoré zet Damiba af. 2026: een nieuwe poging, verijdeld. Het is een cyclus die maar doorgaat, een lus die de bevolking gevangen houdt.

En toch, in die lus groeit ook iets anders: een bewustzijn. Een besef dat macht niet alleen in uniformen zit, maar ook in lichamen op straat. Dat narratieven niet alleen uit Parijs komen, maar ook uit Ouagadougou zelf.

De furie tegen armoede

Wat dit verhaal blootlegt, is de furie tegen armoede en uitbuiting. Want achter elke coup, achter elke kidnapping, achter elke headline, schuilt een realiteit van mensen die geen brood hebben, geen veiligheid, geen toekomst.

De strijd om goud, uranium, lithium is een strijd om rijkdom die zelden bij de bevolking terechtkomt. Het is een strijd die armoede reproduceert, die uitbuiting legitimeert, die onderdrukking verlengt.

Venezuela: Waarschuwing voor een tweede Haïti – De waarheid achter de media

Vrijheid en rechtvaardigheid

En toch klinkt er ook een ander geluid. Het geluid van vrijheid en rechtvaardigheid. Het geluid van mensen die hun president verdedigen, niet omdat hij perfect is, maar omdat hij symbool staat voor hun waardigheid. Het geluid van straten die weigeren stil te zijn.

Dat geluid is niet alleen van Ouagadougou. Het is ook van Rotterdam, van Paramaribo, van Willemstad. Het is het geluid van mensen die weten dat hun lichamen meer zijn dan decor, dat hun stemmen meer zijn dan echo’s.

Slot

De mislukte coup in Burkina Faso begin 2026 is meer dan een voetnoot. Het is een spiegel. Het laat zien hoe verhalen circuleren, hoe stilte spreekt, hoe lichamen zich verzetten. Het laat zien hoe grondstoffen landen tot strijdtoneel maken, hoe geopolitiek narratieven kleurt, hoe armoede en uitbuiting de kern blijven.

En het laat zien dat vrijheid en rechtvaardigheid geen abstracties zijn, maar ervaringen die in de straat, in het lichaam, in de stem van de massa voelbaar worden.


Gepost op

in

door

Reacties

Plaats een reactie