Olie en Trots: De Strijd van Iran en Venezuela

Rotterdam onder de voeten, de Maas in de neus, en de echo van verre verhalen in de oren. Het gaat over Iran, Venezuela, Israël, het Westen en die eeuwige strijd om olie, macht en trots. Het gaat over hoe een volk dat duizenden jaren beschaving draagt, telkens weer geconfronteerd wordt met inmenging van buitenaf. En hoe datzelfde patroon zich herhaalt in Latijns-Amerika, waar Venezuela ondanks alles overeind blijft.

We hebben het hier niet over droge cijfers of diplomatieke communiqués. We hebben het over levens, over straten waar mensen hun geld zien verdampen, over stemmen die roepen dat hun olie niet voor anderen is, maar voor henzelf. En we hebben het over hoe Westerse media vaak een half verhaal vertellen: wel de frustratie van het volk, maar niet de rol van sancties, van Israëlische aanvallen, van een systeem dat ooit in koloniale tijden is neergezet.

Mossadegh en de coup van 1953

Iran kende een sociaaldemocratische premier, Mohammed Mossadegh, die in 1951 de olie nationaliseerde. Hij wilde dat de opbrengsten van de olie naar de Iraanse bevolking gingen, niet naar Britse multinationals. Dat was een daad van trots, van soevereiniteit. Maar Groot-Brittannië en de Verenigde Staten zagen hun belangen verdampen.

Advertentie

In 1953 volgde Operatie Ajax: een coup van CIA en MI6. Mossadegh werd afgezet, de sjah teruggeplaatst als absolute alleenheerser. De olie stroomde weer naar het Westen. Voor Iran was dit een vernedering, een bewijs dat hun trots en hun rijkdom niet mochten bestaan buiten Westerse controle. Het voedde decennia van wantrouwen en legde de kiem voor de revolutie van 1979.

De revolutie van 1979: als wij niet winnen, dan niemand

Toen de sjah viel, kwamen de mullahs en ayatollahs. Zij zetten de lijn van Mossadegh voort: olie als nationale rijkdom, niet als Westerse buit. Het volk zag in hen een antwoord op decennia van uitbuiting. Het idee was simpel en hard: als Iran er niet van mag winnen, dan niemand.

Die revolutie was niet alleen religieus, maar ook een uitdrukking van nationale trots. Een trots die teruggaat tot de Achaemeniden, tot Cyrus de Grote, tot een beschaving die zichzelf niet laat reduceren tot een pion in Westerse spelletjes.

Sancties: veertig jaar druk zonder instorting

Sinds 1979 heeft het Westen Iran overladen met sancties. Banken afgesloten, oliehandel geblokkeerd, technologie verboden. Toch viel Iran niet. Het regime bleef staan, het volk bleef leven, en de olie bleef symbool van verzet.

Sancties zijn een wapen dat langzaam knaagt, maar Iran vond alternatieven. Handel met China, deals met Rusland, transacties in yuan, goud en cryptovaluta. Het Westen zag dat hun druk niet genoeg was.

Venezuela: het andere voorbeeld

Venezuela kreeg in één klap het maximale te verduren. Olie-export stilgelegd, banken afgesloten, internationale isolatie. Toch bleef Maduro overeind. En zelfs na zijn verdwijning bleef het regime vasthouden aan een pro-Venezolaans beleid. Geen omslag naar Westerse belangen, geen uitverkoop van olie.

Net als Iran koppelt Venezuela olie aan trots, aan het volk. En net als Iran krijgt het steun van BRICS-landen, die alternatieve markten en financiële routes bieden.

BRICS en de wankelende dollar

China, Rusland, India, Brazilië, Zuid-Afrika – en inmiddels uitbreidingen – vormen een blok dat de Westerse dominantie uitdaagt. Voor Iran en Venezuela is dit een reddingslijn. Het betekent dat isolatie niet meer werkt.

Protesten in Iran

Elke dag dat BRICS terrein wint, verliest de dollar een stukje van zijn monopolie. En dat veroorzaakt paniek in het Westen. Want het financiële systeem, de belangrijkste munteenheid, de handelsstructuren – ze zijn allemaal erfgenamen van het koloniale verleden.

Gaddafi en Saddam: wie de dollar uitdaagt, betaalt de prijs

Gaddafi probeerde een gouden dinar te introduceren. Saddam wilde olie in euro’s verkopen. Beiden werden gezien als bedreigingen voor de dollarhegemonie. Beiden werden uitgeschakeld.

Iran en Venezuela doen nu iets soortgelijks, maar met steun van BRICS is het veel moeilijker om hen te isoleren. Dat maakt de Westerse paniek groter.

Israël: van sancties naar aanvallen

Israël roept al meer dan dertig jaar dat er een regime change moet komen in Iran. Sancties werkten niet. Het regime bleef staan. Dus volgde in de zomer van 2025 een aanval op olie-installaties.

Voor veel Iraniërs voelt dit als een herhaling van 1953: externe inmenging om hun trots te breken. Voor Westerse media is het een verhaal van veiligheid en nucleaire dreiging. Voor Iraniërs is het een aanval op hun soevereiniteit.

Protesten en narratieven

De protesten in Iran worden in Westerse media gepresenteerd als interne frustratie. Maar Iraniërs zelf zeggen dat Israël ze aanjaagt. Pan-Afrikaanse influencers zien parallellen met hun eigen strijd tegen koloniale inmenging. Westerse critici koppelen het aan bredere thema’s: immigratie, islam, omvolking, bankiers.

Zo ontstaat een multinationaal discours waarin Iran een symbool wordt van verzet tegen Westerse macht. Israël staat in beeld, en de massa vertaalt dat soms verkeerd naar “de Joden”. Dat is gevaarlijk, want het voedt antisemitisme.

Antisemitisme: het oude gif in nieuwe vormen

De vernietigingskampen vonden hun ondergrond in complotdenken: verhalen over Joodse bankiers, geheime netwerken. Vandaag duiken die tropes opnieuw op, vermengd met kritiek op Israël.

Epstein-files, bankiersverhalen, taboes op Israël-kritiek – ze voeden een klimaat waarin antisemitisme kan groeien. Demonstranten in Duitsland tegen het Gaza-beleid ervaren dat hun protesten worden verboden. In de VS wordt het debat schimmiger.

Het gevaar is dat legitieme kritiek op beleid omslaat in haat tegen een hele bevolkingsgroep. Dat onderscheid moet bewaakt blijven.

Rusland en China: twee stemmen, twee strategieën

Russische media benadrukken dat Israël via geheime operaties en militaire druk een rol speelt in het aanjagen van instabiliteit. Ze presenteren Moskou als steunpilaar voor Teheran.

Chinese media zijn voorzichtiger. Ze bekritiseren Israël wel, maar vermijden directe beschuldigingen. Hun focus ligt op diplomatie, stabiliteit en energiebelangen.

Samen laten ze zien dat de wereld niet meer unipolair is. Iran en Venezuela hebben steun, en dat maakt Westerse sancties minder effectief.

Het halve verhaal van de media

Onze media vertellen over frustratie, inflatie, protesten. Maar ze vertellen vaak niet dat die frustratie mede veroorzaakt wordt door Westerse sancties, door Israëlische aanvallen, door een systeem dat ooit in koloniale tijden is neergezet.

Het volk draagt de last van de geopolitiek. En de verhalen die wij hier lezen, zijn vaak maar de helft van de werkelijkheid.

Zoroastrisme: Irans ware erfenis en de strijd voor vrijheid

Rotterdamse echo

En hier, in Rotterdam, hoor je het terug in de straat. Mensen die zeggen: “Het Westen vertelt maar een half verhaal.” Mensen die voelen dat de strijd om olie en macht niet ver weg is, maar verbonden met hun eigen leven.

Want olie, sancties, trots – het zijn geen abstracties. Het zijn verhalen die door de tijd heen echoën, van Mossadegh tot Maduro, van Gaddafi tot Khamenei. En telkens weer gaat het om dezelfde vraag: wie bepaalt wat er gebeurt met rijkdom die van een volk is?

Slot

Iran en Venezuela zijn geen gevallen staten. Ze zijn symbolen van verzet tegen Westerse dominantie. Hun olie is niet alleen brandstof, maar trots. Hun regimes zijn niet ingestort, ondanks decennia van druk.

Het Westen ziet dat sancties niet genoeg zijn. Israël grijpt naar aanvallen. BRICS biedt alternatieven. En de dollar wankelt.

Wat wij hier lezen in de krant is vaak maar een halve waarheid. De andere helft ligt in de straten van Teheran, Caracas, en ja – ook in de echo’s van Rotterdam.


Gepost op

in

door

Reacties

Plaats een reactie