Iran 2026: Protesten, Olie en Westerse Propaganda

Rotterdam – De afgelopen weken in Iran zijn niet zomaar een reeks protesten. Het zijn straten vol wanhoop, kogels die vallen, en verhalen die botsen. Duizenden doden, duizenden arrestaties, en een bevolking die gevangen zit tussen repressie en narratief. Het doet denken aan hoe wij in Rotterdam de straat voelen: direct, rauw, zonder filter. Daar waar de gewone man zijn waarheid spreekt, en waar propaganda geen grip krijgt op de ziel van de stad.

Twee lijsten van schutters

Wat er in Iran gebeurde, wordt door verschillende stemmen anders verteld. Onafhankelijke organisaties en getuigen zeggen dat het veiligheidstroepen waren – politie, Basij, Revolutionaire Garde – die het vuur openden. Beelden tonen uniformen, wapens, patronen van optreden die passen bij eerdere repressie. Maar Iraanse staatsmedia en Press TV zeggen dat het buitenlandse infiltranten waren, met vreemde wapens, gestuurd door Israël en de VS. Twee lijsten van schutters, twee verhalen die elkaar spiegelen. En de bevolking? Die ziet vooral dat er kogels vallen.

Advertentie

Propaganda en framing

Het is een strijd om narratief. Westerse media brengen het als massale interne onderdrukking. Dat narratief wekt verontwaardiging op, en verontwaardiging kan draagvlak scheppen voor sancties, interventies, misschien zelfs oorlog. Iraanse staatsmedia brengen het als een couppoging van buitenaf. Russische media herhalen dat: dit is externe provocatie, een nieuwe kleurrevolutie. Chinese media zijn voorzichtiger, maar spreken van een cognitieve oorlog – een psychologische en informatieoorlog die chaos moet zaaien. Arabische platforms zijn verdeeld: Middle East Eye en Al-Monitor leggen de nadruk op economische wanhoop en repressie, terwijl pro-regime kanalen het Iraanse narratief overnemen.

De economische wurggreep

De crisis in Iran is niet alleen intern. Ja, er is corruptie en wanbeheer. Maar de grootste klap komt van buiten. Amerikaanse sancties, opgelegd sinds het verlaten van het nucleaire akkoord, hebben olie-export, banken en technologie lamgelegd. De rial stortte in, inflatie explodeerde, en basisproducten werden onbetaalbaar. Het Westen hoopt dat economische wurging leidt tot interne opstand. Israël ziet dit als kans om Iran’s militaire ambities te neutraliseren. Trump gebruikt maximum pressure om Iran te isoleren. Het voelt als een georkestreerde tandem: Washington draait de schroef, Tel Aviv levert de voorzetten.

Kissinger’s echo

Henry Kissinger zei ooit: “Control the oil and you control the government.” Dat citaat hangt als een schaduw over deze crisis. Olie is niet alleen een grondstof, maar een wapen. In 1953 werd Mossadegh omvergeworpen omdat hij olie nationaliseerde. In 2003 werd Irak binnengevallen onder het mom van massavernietigingswapens, maar olie speelde de hoofdrol. Nu zien we hetzelfde mechanisme: sancties en olie als instrumenten van regime change. Kissinger’s echo klinkt door in Teheran, en ook in Rotterdam, waar we weten dat macht vaak draait om wie de kraan dichtdraait.

Netanyahu’s constante roep

Narratief

Al dertig jaar roept Netanyahu dat Iran militair moet worden aangepakt. In de VN, in Israëlische media, telkens weer hetzelfde verhaal: Iran is een existentiële bedreiging. Dat narratief is zo constant dat het bijna een mantra is geworden. En nu, met Trump terug in het Witte Huis, klinkt die roep luider dan ooit. Voor Israël is dit geen nieuwe strijd, maar een voortzetting van een oude lijn. Voor Iran is het bewijs dat externe vijanden altijd klaarstaan om druk uit te oefenen.

Westerse media en draagvlak

Westerse media brengen de repressie als bewijs van regimegeweld. Dat narratief wekt verontwaardiging op bij het publiek. En verontwaardiging kan worden omgezet in draagvlak voor oorlog. Het is een patroon dat we kennen uit Irak en Libië: eerst morele verontwaardiging, dan militaire actie. Voor de gewone man in Rotterdam klinkt dat bekend: eerst verhalen in de krant, dan soldaten op straat. Het is een cyclus waarin media en macht elkaar versterken.

NGO’s en wantrouwen

Organisaties als Amnesty en Human Rights Watch presenteren zich als onafhankelijk. Maar veel mensen zien ze als verlengstuk van westerse belangen. Hun rapporten worden opgepikt door mainstreammedia en regeringen, en zo worden ze onderdeel van een propagandaketen. Voor sommigen zijn ze nuttig omdat ze getuigenissen verzamelen. Voor anderen zijn ze verdacht omdat ze telkens landen bekritiseren die al in de westerse spotlights staan. Het wantrouwen tegenover NGO’s is begrijpelijk, zeker in landen die onder druk staan van sancties.

Russische en Chinese lenzen

Russische media herhalen het Iraanse narratief: dit is een couppoging van buitenaf. Ze spreken van westerse provocatie en verdedigen Teheran. China is voorzichtiger, maar spreekt van een cognitieve oorlog. Ze roepen op tot stabiliteit, maar wijzen wel naar Amerikaanse en Israëlische inmenging. Beide landen gebruiken de situatie om hun eigen positie te onderstrepen: Rusland als bondgenoot, China als strategische partner die energiezekerheid wil beschermen.

Arabische stemmen

Arabische media zijn verdeeld. Middle East Eye en Al-Monitor leggen de nadruk op economische wanhoop en repressie. Pro-regime kanalen nemen het Iraanse narratief over: infiltranten, sabotage, couppoging. Het laat zien hoe de informatieoorlog zich ook in de Arabische wereld afspeelt. Voor de straat in Rotterdam klinkt dat herkenbaar: verschillende kranten, verschillende verhalen, en jij moet zelf uitzoeken wat klopt.

Epstein-files en macht

In complotnarratieven wordt vaak gesteld dat elites en verborgen dossiers, zoals de Epstein-files, een rol spelen in het sturen van beleid. Chantage, belangenverstrengeling, macht achter de schermen. Er is geen harde bevestiging dat dit direct verband houdt met Iran, maar het idee dat elites via geheimen invloed uitoefenen past in bredere sceptische analyses. Voor de straat klinkt dat logisch: macht speelt zich vaak af achter gesloten deuren, en wij zien alleen de gevolgen.

Iran, Olie & Macht – De Strijd om het Verhaal

Conclusie: strijd om narratief

Wat vaststaat: er zijn duizenden doden gevallen. Er zijn beelden van uniformen, van wapens, van schoten in hoofd en torso. Er zijn getuigenissen van families die hun kinderen verloren. Dat zijn feiten. Wat betwist wordt: wie de trekker overhaalde. Was het de politie, de Basij, de Revolutionaire Garde? Of waren het infiltranten gestuurd door Israël en de VS? Het antwoord hangt af van welke bron je vertrouwt. Westerse media, Iraanse staatsmedia, Russische en Chinese zenders, Arabische platforms, NGO’s – allemaal brengen ze hun eigen versie van de waarheid.

Voor de straat in Rotterdam voelt het als een echo van onze eigen geschiedenis: propaganda, macht, olie, en de gewone man die de gevolgen draagt. Het is een strijd om narratief, een strijd waarin economische malaise niet alleen een gevolg is van wanbeheer, maar ook een wapen van regime change. Een strijd waarin duizenden mensenlevens verloren gaan, terwijl grootmachten hun spel spelen. En zo klinkt Kissinger’s echo opnieuw: wie de olie controleert, controleert de regering. Wie de narratieven controleert, controleert de publieke opinie. En wie de publieke opinie controleert, kan oorlog legitimeren.


Gepost op

in

door

Reacties

Plaats een reactie