Rotterdam – Er zijn van die verhalen die niet in de schoolboeken staan, maar die de straat wel voelt. Verhalen die niet netjes in een klaslokaal passen, maar die door de muren van gevangenissen en de echo van pleinen heen dreunen. Het verhaal van Cuba in Angola is zo’n verhaal. Het is een geschiedenis die niet alleen gaat over soldaten en veldslagen, maar over waardigheid, solidariteit en het doorbreken van een wit suprematistisch systeem dat zich onaantastbaar waande.
Tussen 1975 en 1991 stuurde Cuba bijna 400.000 soldaten naar Angola. Geen huurlingen, geen troepen gestuurd om olie of diamanten te roven, maar mensen die kwamen om een bevrijdingsstrijd te ondersteunen. Ongeveer 2.000 Cubanen lieten daar hun leven. Hun aanwezigheid was een keerpunt in de strijd tegen het apartheidsregime van Zuid-Afrika, dat zich gesteund wist door Washington en Londen.
Mandela’s stem uit de gevangenis
Nelson Mandela zat nog vast toen hij voor het eerst hoorde van de Cubaanse interventie. Hij kon het nauwelijks geloven: een klein eiland in de Cariben dat tienduizenden kilometers verderop zijn zonen en dochters stuurde om Afrikanen te helpen hun vrijheid te bevechten. Voor Mandela was dit een breuk met de logica van kolonialisme. Hij zei later: “Het was de eerste keer dat een land van een ander continent niet kwam om iets weg te nemen, maar om te helpen.”
Die woorden zijn geen retoriek, maar een getuigenis van iemand die wist wat het betekende om opgesloten te zitten in een systeem dat zichzelf onoverwinnelijk achtte. Het apartheidsleger gold als onverslaanbaar. Tot Angola. Tot Cuito Cuanavale. Tot die Cubaanse soldaten samen met Angolese strijders de mythe van de blanke onoverwinnelijkheid aan flarden schoten.
De straat begrijpt solidariteit
Wie door Crooswijk loopt, of langs de kades van Delfshaven, weet dat solidariteit geen abstract begrip is. Het is brood delen, het is een jas lenen, het is een hand op je schouder als je denkt dat je er alleen voor staat. Dat is precies wat Cuba deed, maar dan op wereldschaal. Geen praatjes, geen diplomatieke spelletjes, maar botten en bloed in de Angolese aarde.
Het verschil met de grootmachten was schrijnend. Terwijl Washington en Londen hun steun gaven aan Pretoria en de CIA geld pompte in UNITA, koos Cuba voor de kant van de onderdrukten. Dat maakte het verhaal zo ongewoon: een klein land dat zich opstelde als reus, niet door macht te grijpen maar door macht te delen.
De slag bij Cuito Cuanavale
De naam klinkt misschien ver weg, maar de betekenis is dichtbij. Cuito Cuanavale, 1987–1988, was het moment waarop het Zuid-Afrikaanse leger zijn tanden stukbeet. Samen met UNITA en buitenlandse huurlingen probeerden ze Angola te breken. Maar de Cubaanse aanwezigheid veranderde de balans. Het was niet alleen een militaire overwinning, het was een psychologische mokerslag.
Mandela noemde het “de beslissende nederlaag van de agressieve apartheidskrachten.” Het was alsof de muren van Robbeneiland begonnen te scheuren. Want als de mythe van de blanke onoverwinnelijkheid kon vallen in Angola, dan kon ze ook vallen in Pretoria.
Rotterdamse echo’s
In Rotterdam voel je dit verhaal anders. Het is de havenstad die altijd verbonden is geweest met verre kusten, met schepen die verhalen meebrengen van strijd en hoop. Het idee dat een klein land zich groot maakt door solidariteit, dat resoneert hier. Het doet denken aan de kracht van buurten die zichzelf overeind houden tegen de logica van macht en geld.

Het is alsof je de echo hoort van een reggae-sessie op een winteravond, waar de stem van Marley door de muren dringt en je eraan herinnert dat vrijheid niet alleen een woord is, maar een ritme dat je lijf in beweging zet. Cuba in Angola was dat ritme, dat tegen de maat van imperialisme in sloeg.
De cijfers en de lichamen
337.000 tot 380.000 Cubanen dienden in Angola. Dat zijn geen droge statistieken, dat zijn lichamen, gezichten, verhalen. Ongeveer 2.000 keer betekende dat een kist terug naar Havana, een lege stoel aan een tafel. Maar die offers waren niet voor niets. Ze waren onderdeel van een grotere beweging die uiteindelijk leidde tot de onafhankelijkheid van Namibië en de verzwakking van het apartheidsregime.
Het is belangrijk om die cijfers te voelen, niet alleen te lezen. Want achter elk getal zit een mens die koos om zijn leven te riskeren voor een ander continent. Dat is geen romantiek, dat is rauwe realiteit.
De tegenstelling met het Westen
Terwijl Cuba zijn mensen stuurde om te vechten voor vrijheid, stonden Washington en Londen aan de andere kant. Ze steunden Pretoria, financierden UNITA, en zagen in Angola een schaakbord van de Koude Oorlog. Voor hen was het een spel van invloed. Voor Cuba was het een kwestie van solidariteit.
Dat verschil is cruciaal. Het laat zien dat internationale politiek niet alleen draait om belangen, maar ook om keuzes. En dat een klein land, als het die keuze maakt, een enorme impact kan hebben.
Mandela’s dankbaarheid
Toen Mandela in 1991 naar Cuba reisde, was dat geen diplomatiek bezoek zoals zovele. Het was een schuldbekentenis, een erkenning van een schuld die niet in geld uit te drukken is. Hij zei: “We hebben een grote schuld aan het Cubaanse volk. Wat ander land heeft zo’n geschiedenis van onbaatzuchtig gedrag?”
Die woorden zijn niet vergeten. Ze zijn een herinnering dat solidariteit niet verdwijnt, dat ze doorwerkt in de manier waarop we naar geschiedenis kijken.
De les van Angola
Wat blijft hangen, is dat de strijd in Angola niet alleen een militaire episode was, maar een les. Een les dat macht niet altijd wint, dat solidariteit sterker kan zijn dan wapens, dat mythes kunnen vallen. Het is een les die ook vandaag nog relevant is, in een wereld waar grootmachten hun belangen najagen en kleine landen vaak worden genegeerd.
Cuba liet zien dat een klein land groot kan zijn, niet door te nemen maar door te geven. Dat is een les die de straat begrijpt, die Crooswijk begrijpt, die Delfshaven begrijpt.
Het ritme van vrijheid
Vrijheid is geen abstractie. Het is een ritme dat door je lijf gaat, een beat die je voelt als je door de stad loopt. Het verhaal van Cuba in Angola is dat ritme. Het is de trommel die zegt dat solidariteit echt is, dat mythes kunnen vallen, dat macht niet onaantastbaar is.
Mandela hoorde dat ritme vanuit zijn cel. Hij wist dat de muren niet eeuwig zouden staan. En toen hij vrij kwam, reisde hij naar Cuba om dat ritme te erkennen.
Slot
Het verhaal van Cuba in Angola is geen voetnoot. Het is een hoofdstuk dat laat zien hoe solidariteit de loop van de geschiedenis kan veranderen. Het is een verhaal dat de straat begrijpt, dat resoneert in de haven, dat klinkt in de muziek.
Het is een herinnering dat vrijheid niet alleen bevochten wordt door degenen die direct onderdrukt worden, maar ook door degenen die kiezen om hun lot te verbinden met dat van anderen.
En zo blijft Angola niet alleen een plek op de kaart, maar een echo in de geschiedenis. Een echo die zegt: de mythe van onoverwinnelijkheid kan vallen. En dat is misschien wel de grootste les die Cuba ons heeft gegeven.
Afrika



Plaats een reactie