De straat onder je voeten en de geschiedenis in je nek
Rotterdam – Loop even met me mee. Niet letterlijk, maar in je hoofd. Stel je voor: je loopt door Rotterdam, Delfshaven in, langs de oude kades waar handelaren eeuwenlang kwamen en gingen. Je voelt de stenen onder je schoenen, je hoort de stad ademen. En terwijl je loopt, besef je dat de wereld waarin jij leeft — de spanningen, de verschillen, de verhalen die mensen elkaar influisteren — niet zomaar uit de lucht zijn komen vallen.
Veel van wat vandaag als “etnisch conflict” wordt verkocht, is niet ontstaan in de straten waar jij loopt, maar in de kantoren van koloniale bestuurders duizenden kilometers verderop. Daar, achter houten bureaus en kaarten vol rechte lijnen, werd een strategie gesmeed die zo simpel als genadeloos was: verdeel en heers.
Niet met poëzie. Niet met filosofie. Maar met beleid dat mensen uit elkaar trok alsof het niets was.
En dat is precies waar dit verhaal over gaat.
Hoe verschillen wapens werden
Voor koloniale machten was macht geen kwestie van spierballen alleen. Natuurlijk, ze hadden schepen, geweren, kanonnen. Maar dat was niet genoeg om hele continenten te controleren. Daarvoor hadden ze iets subtielers nodig. Iets dat dieper sneed dan staal.
Ze ontdekten al snel dat een volk dat samen optrekt, een volk dat elkaar vertrouwt, een volk dat elkaar kent — gevaarlijk is. Niet voor elkaar, maar voor de kolonisator.
Dus werd er een strategie geboren die tot vandaag doorwerkt in families, buurten, landen: maak van verschillen kettingen.
Niet door ze te verzinnen — verschillen bestonden al. Maar door ze te vergroten, te bevriezen, te institutionaliseren. Door van iets vloeibaars iets hards te maken. Door van identiteit een kooi te maken.
Van vloeibare identiteiten naar harde categorieën
Voor de koloniale periode waren identiteiten in veel samenlevingen flexibel. Je kon ergens bij horen door taal, door werk, door huwelijk, door loyaliteit. Grenzen waren poreus. Mensen bewogen. Culturen mengden.
Maar koloniale bestuurders konden niet omgaan met die flexibiliteit. Ze wilden overzicht, controle, administratie. Dus begonnen ze te classificeren.
En classificeren werd coderen.
En coderen werd ketenen.
Ze maakten lijsten. Ze maakten categorieën. Ze maakten “stammen”, “rassen”, “groepen”. Ze zetten het op papier, in censussen, in identiteitskaarten, in wetten. En wat op papier staat, wordt werkelijkheid — zelfs als het daarvoor nooit zo bestond.
Een identiteit die ooit vloeibaar was, werd ineens beton.
En beton breekt niet makkelijk.
Favorieten kiezen: de koloniale versie van verdeel-en-heers
Koloniale machten waren niet dom. Ze wisten dat als je iedereen onderdrukt, iedereen zich tegen je keert. Dus kozen ze een groep uit die ze net iets meer gaven dan de rest.
Een beetje onderwijs hier.
Een administratieve functie daar.
Een positie in het koloniale leger.
Een handelsvoordeel.
Niet genoeg om echt machtig te worden — maar genoeg om afhankelijk te blijven.
En de andere groepen? Die zagen dat. Die voelden dat. Die begonnen te denken dat de favorieten “met de kolonisator speelden”. En zo ontstond precies wat de koloniale macht wilde: wantrouwen dat niet naar boven gericht was, maar naar elkaar.
De ene groep werd gezien als collaborateur.
De andere als achtergesteld.
En de kolonisator? Die hoefde alleen maar toe te kijken.
Wanneer mensen elkaar moeten controleren
Een van de meest effectieve koloniale tactieken was het inzetten van lokale groepen om andere lokale groepen te controleren. Soldaten, politieagenten, belastinginners — vaak kwamen ze uit een specifieke etnische groep.

Niet omdat die groep “beter” was.
Maar omdat het de perfecte manier was om spanningen te verdiepen.
Als jij iemand uit een andere groep ziet die jouw mensen komt dwingen tot arbeid, belasting of gehoorzaamheid, dan groeit er iets in je borst dat moeilijk weg te krijgen is. En dat gevoel blijft, ook als de kolonisator allang vertrokken is.
Zo werd verzet tegen koloniale macht vermengd met etnische wrok.
En dat was precies de bedoeling.
Grenzen trekken met linialen, niet met kennis
Kijk naar de kaart van Afrika. Kijk naar delen van Azië. Kijk naar het Caribisch gebied. Je ziet rechte lijnen die door bergen, rivieren, families en culturen heen snijden alsof het niets is.
Die lijnen zijn geen toeval.
Ze zijn getrokken in Europese vergaderzalen, vaak zonder dat iemand ooit een voet had gezet in de gebieden die ze verdeelden.
Het resultaat?
Eén volk verdeeld over drie landen.
Twee rivaliserende groepen gedwongen in één staat.
Traditionele systemen van bestuur genegeerd of vernietigd.
En dan, jaren later, wanneer conflicten ontstaan, zegt men: “Zie je wel, ze kunnen niet samenleven.”
Maar de waarheid is: ze leefden samen — totdat iemand anders besloot dat ze dat niet meer mochten.
Geschiedenis herschrijven om verdeeldheid te normaliseren
Koloniale propaganda was geen bijzaak. Het was een wapen. Onderwijs werd gebruikt om hiërarchieën te creëren die zogenaamd “natuurlijk” waren.
Sommige groepen werden beschreven als intelligent, geschikt voor bestuur.
Andere als lui, primitief, gewelddadig.
En als je dat maar vaak genoeg herhaalt, in boeken, in scholen, in kerken, dan wordt het een soort waarheid. Niet omdat het klopt, maar omdat het overal klinkt.
Zo werd ongelijkheid verpakt als wetenschap.
En verdeeldheid als logica.
Eenheid was gevaarlijk — dus werd het gebroken
Wanneer groepen begonnen te beseffen dat ze meer gemeen hadden dan verschillend, wanneer leiders spraken over gezamenlijke strijd, wanneer bewegingen ontstonden die etniciteit overstegen, dan greep de koloniale macht hard in.
Leiders werden verbannen.
Bewegingen werden gesaboteerd.
Organisaties werden opgesplitst langs etnische lijnen.
Want een volk dat samen staat, is een volk dat niet te controleren is.
De echo’s die vandaag nog klinken
Na de onafhankelijkheid verdwenen de koloniale vlaggen, maar de structuren bleven. De categorieën bleven. De grenzen bleven. De spanningen bleven.
En in veel landen veranderde koloniale favoritisme in postkoloniale patronage.
Niet omdat mensen dat wilden.
Maar omdat het systeem zo was gebouwd.
Veel conflicten die vandaag worden uitgelegd als “oude stammenruzies” zijn in werkelijkheid recente littekens van een strategie die ontworpen was om mensen uit elkaar te trekken.
En die littekens genezen langzaam.
Waarom dit ertoe doet — ook als je door Rotterdam loopt
Misschien denk je: wat heeft dit met mij te maken? Met mijn straat, mijn wijk, mijn leven?
Meer dan je denkt.
Want de manier waarop mensen vandaag naar elkaar kijken — wie als “anders” wordt gezien, wie als “gevaarlijk”, wie als “betrouwbaar”, wie als “elite” — is niet alleen cultureel of persoonlijk. Het is historisch gevormd.
De verhalen die jouw ouders en grootouders hebben meegekregen, zijn beïnvloed door systemen die ontworpen waren om wantrouwen te zaaien.
En als je dat niet weet, lijkt het alsof alles vanzelf zo is gegaan.
Maar niets aan deze geschiedenis was vanzelf.
Het was beleid.
Het was strategie.
Het was macht.
Slot: De kettingen benoemen is geen zwakte, maar kennis
Koloniale machten gebruikten etnische verschillen niet als excuus, maar als gereedschap. Ze maakten van identiteit een wapen, van grenzen een val, van geschiedenis een instrument.
En hoewel de koloniale vlaggen zijn neergehaald, leven de structuren voort in hoe samenlevingen zijn ingericht, hoe groepen elkaar zien, hoe landen functioneren.
Dit verhaal is geen aanklacht.
Het is een uitleg.
Een ontknoping.
Een manier om te begrijpen waarom de wereld eruitziet zoals hij eruitziet — van Paramaribo tot Curaçao, van Antwerpen tot Rotterdam.
Want pas wanneer je weet hoe iets is gebouwd, begrijp je waarom het nog steeds staat.



Plaats een reactie