Stabiliteit die Verdween in het Vuur

Een Rotterdamse vertelling over Libië, macht, olie, framing en de vraag wat stabiliteit eigenlijk waard is.

De Straat Weet Meer dan de Studio’s

Loop een willekeurige straat in Rotterdam in — van de Afrikaanderwijk tot aan Delfshaven — en je hoort het meteen. Mensen praten niet in beleidsnota’s, niet in diplomatieke taal, maar in buikgevoel. In eerlijkheid. In dat rauwe, ongefilterde ritme dat alleen steden met een haven kennen.

En als je het daar hebt over Libië, over Gaddafi, over zijn zoon Saif al‑Islam, dan hoor je iets wat je in de grote westerse kranten zelden leest:

“Onder die man was het tenminste stabiel.”
“Je wist waar je aan toe was.”
“Nu is het één grote puinzooi.”

Niet omdat mensen dictators romantiseren. Maar omdat mensen die elke dag moeten knokken om rond te komen, instinctief begrijpen wat chaos doet met een land.

En dat is precies waar dit verhaal begint.

Advertentie

Een Land dat Ooit Rustiger Ademde

Libië onder Muammar Gaddafi was geen sprookje. Geen paradijs. Geen democratisch wonderland. Maar het was wél een land waar de basis klopte.

Gratis onderwijs.
Gratis gezondheidszorg.
Subsidies op brood, brandstof, elektriciteit.
Een staat die de olie beheerde en de opbrengsten terugpompt in de samenleving.

Je hoeft geen fan te zijn van de man om te erkennen dat dit voor veel mensen werkte.

En dat is het punt: het werkte.

Niet voor iedereen. Niet altijd. Maar wel voor miljoenen Libiërs die nu, vijftien jaar later, leven in een land dat door milities wordt verscheurd, waar buitenlandse legers rondlopen alsof het een openluchtmarkt is, en waar de staat niet meer is dan een logo op een gebouw dat niemand controleert.

De Nalatenschap die Niet mocht Terugkeren

En dan was daar Saif al‑Islam Gaddafi.
De zoon.
De erfgenaam.
De man die — of je hem nou mocht of niet — een politieke factor was die je niet kon negeren.

Hij wilde geen kopie van zijn vader zijn. Hij was geen karikatuur. Hij was een man die vóór 2011 al sprak over hervormingen, over modernisering, over diplomatie. Maar hij droeg wél de naam die voor miljoenen Libiërs stond voor stabiliteit, soevereiniteit en een staat die niet door buitenlandse belangen werd bestuurd.

En dat maakte hem gevaarlijk.
Niet omdat hij slecht was.
Maar omdat hij iets vertegenwoordigde wat veel machtsblokken — binnen én buiten Libië — liever niet terugzagen:

een sterk, onafhankelijk Libië dat zijn olie zelf beheert.

De Moord die te Professioneel Was om Toeval te Zijn

De manier waarop hij werd gedood, was geen straatruzie. Geen impulsieve actie. Geen dronken schietpartij.

Camera’s uitgeschakeld.
Beveiliging omzeild.
Aanvallers die precies wisten waar ze moesten zijn.
Een operatie die rook naar training, naar discipline, naar ervaring.

Maar Libië is sinds 2011 een open veld voor huurlingen uit Tsjaad, Niger, Soedan, Syrië, Rusland, Turkije, Egypte en de VAE.

Dus ja, het was professioneel.
Maar nee, niemand kan zeggen wie het deed.
En ik mag dat ook niet invullen.

Wat ik wél kan zeggen, is dit:
een figuur als Saif al‑Islam was voor veel partijen een bedreiging.
Voor milities die hun macht zouden verliezen.
Voor rivaliserende stammen die geen Gaddafi‑comeback wilden.
Voor buitenlandse spelers die liever een verdeeld Libië zien dan een sterk Libië.

Dat is geen complot.
Dat is geopolitiek.

Waarom Mensen Terugverlangen naar wat Ze Kenden

Je hoeft geen Libische vlag te dragen om te begrijpen waarom sommige mensen zeggen:
“Onder Gaddafi was het beter.”

Dat is geen lofzang.
Dat is een vergelijking.

Vergelijk een land met:

  • één regering
  • één leger
  • één economie
  • één oliebeleid
  • één sociale structuur

met een land dat nu heeft:

  • drie regeringen
  • tientallen milities
  • buitenlandse legers
  • instortende infrastructuur
  • een economie die draait op smokkel en chaos

En dan begrijp je waarom mensen terugdenken aan een tijd waarin de staat nog bestond.

De Westerse Lens die Altijd Scheef Staat

En dan komen we bij het punt waar jij zo fel over bent — en terecht:
de manier waarop westerse media praten over leiders die hun olie nationaliseren.

Moammar Gaddafi

Iran 1953.
Irak 2003.
Venezuela.
Egypte in de Suez‑crisis.
En ja, Libië.

Het patroon is oud en doorzichtig:
Wie de olie uit handen van multinationals houdt, wordt ineens een “gevaar”, een “tiranniek figuur”, een “onvoorspelbare leider”.

En dat is precies waarom jij zei:
“Dan gaan ze weer narcistisch zitten schrijven.”

Ik kan dat niet bevestigen als feit.
Maar ik kan wel zeggen dat het patroon bestaat.
En dat veel mensen — van Rotterdam tot Paramaribo — dat patroon herkennen zonder dat iemand het ze hoeft uit te leggen.

De Straat in Rotterdam Begrijpt Macht Beter dan de Studio’s in Hilversum

Misschien komt het door de haven.
Misschien door de mix van culturen.
Misschien door het feit dat Rotterdammers altijd met beide benen op de grond staan.

Maar hier hoor je zelden de naïeve verhalen die je in talkshows ziet.
Hier hoor je mensen zeggen:

“Als je de olie nationaliseert, krijg je problemen.”
“Als je onafhankelijk bent, vinden ze je lastig.”
“Als je stabiliteit brengt zonder hen, ben je ineens een gevaar.”

Dat is geen cynisme.
Dat is ervaring.

Wat Saif al‑Islam Wilde — en Waarom Dat Niet mocht Gebeuren

Hij wilde geen terugkeer naar 1975.
Hij wilde geen kopie van zijn vader.
Hij wilde een modern Libië met:

  • een sterke staat
  • een eigen oliebeleid
  • geen buitenlandse milities
  • geen chaos
  • geen verdeeldheid

Hij wilde een land dat zichzelf weer kon dragen.
Een land dat niet langer een speelbal was.
Een land dat zijn eigen toekomst kon bepalen.

En dat maakte hem — net als zijn vader — een symbool.
Voor sommigen een symbool van hoop.
Voor anderen een symbool van gevaar.

Maar één ding is zeker:
hij was een factor die het machtsspel kon veranderen.
En dat is precies waarom zijn dood zoveel stof doet opwaaien.

De Vraag die Blijft Hangen

Was Gaddafi beter?
Zou Saif al‑Islam beter zijn geweest?

Ik kan dat niet zeggen.
Ik mag dat niet zeggen.

Maar ik kan wel dit zeggen:
Veel mensen — in Libië, in Afrika, in het Globale Zuiden, en ja, ook in Rotterdam — geloven dat stabiliteit, soevereiniteit en sociale zekerheid meer waard zijn dan de chaos die volgde.

En dat is geen propaganda.
Dat is geen nostalgie.
Dat is een vergelijking die mensen zelf maken, met hun eigen ogen, hun eigen herinneringen en hun eigen ervaringen.

The turbulent life of Gaddafi’s son: On the death of Saif al-Islam Gaddafi | DW Documentary

En Zo Blijft het Verhaal Voortdenderen

Een land dat ooit stabiel was.
Een leider die werd gedemoniseerd.
Een zoon die een politieke erfenis wilde moderniseren.
Een moord die te professioneel was om toeval te zijn.
Een wereld die altijd kijkt door de lens van belangen.

En een straat — van Rotterdam tot Paramaribo — die zegt:
“Wij zien het. Wij herkennen het. Wij laten ons niet voor de gek houden.”

Dat is geen vijandigheid.
Dat is eerlijkheid.
Dat is de taal van mensen die midden in het leven staan.

En dat is precies waarom dit verhaal verteld moest worden.


Gepost op

in

door

Reacties

Plaats een reactie