Hoe Media Framing Ons Nieuwsbeeld en Onderbuikgevoel Stuurt

Rotterdam – Je kent dat gevoel wel: je loopt door Rotterdam, de wind snijdt langs je wangen, de metro bromt ergens onder je voeten en in je jaszak trilt je telefoon omdat er weer een pushbericht binnenkomt. Een steekpartij hier, een overval daar, een “asielzoeker” zus, een “Marokkaanse jongen” zo. Terwijl je doorloopt, voel je dat kleine knagende dingetje in je buik, dat onderbuikgevoel waar niemand graag over praat maar waar iedereen wel eens last van heeft. En dan vraag je je af hoe dat eigenlijk komt. Is het de stad, zijn het de mensen, of is het de manier waarop we dingen te horen krijgen. Want als je goed kijkt, echt goed kijkt, zie je dat media, vroeger en nu, een grotere rol spelen in hoe wij de wereld voelen dan we soms willen toegeven. Dat is geen aanklacht, dat is een constatering vanaf de stoeptegels van Rotterdam, waar de waarheid altijd net iets harder klinkt dan in de marmeren gangen van redacties.

Advertentie

Hoe een Krant Fout Ging, en Waarom Dat Nog Steeds Iets Betekent

Laten we even terugspoelen, niet een paar jaar maar tachtig. De Telegraaf, 1940. De Duitsers vallen binnen, kranten komen onder toezicht te staan, censuur wordt de norm en drukpersen draaien onder het oog van de bezetter. De Telegraaf hield zich in het begin “meegaand”, zoals historici dat zo mooi noemen. Niet uniek fout, niet heldhaftig goed, gewoon meegaand. Soms zelfs complimenteus richting Duitse soldaten, een soort tactvolheid die je nu misschien herkent maar dan in een heel andere richting. Maar dan komt oktober 1944 en dan gaat het mis, echt mis. De krant komt onder leiding van een SS’er, niet figuurlijk, niet symbolisch, maar letterlijk. Vanaf dat moment wordt De Telegraaf een propagandamachine. Geen neutrale verslaggeving meer, geen gedwongen censuur alleen, maar actieve steun aan de bezetter. Artikelen die Duitse “successen” verheerlijken, stukken waarin verzetsmensen worden weggezet als “terroristen”, commentaren die de bevolking aansporen om vertrouwen te houden in de Duitse leiding. En dat alles in een tijd waarin de rest van Nederland honger leed, onderdook, vocht en overleefde. Dat is waarom de krant na de oorlog een verschijningsverbod kreeg. Niet omdat ze verordeningen publiceerden, dat moesten alle kranten, maar omdat ze in het laatste oorlogsjaar verder gingen dan verplicht en actief meededen. Dat is belangrijk om te onthouden, niet om oude wonden open te krabben maar om te begrijpen hoe media invloed hebben, hoe framing werkt en hoe woorden, koppen, keuzes en stiltes de wereld kunnen kleuren.

De Mechaniek van Framing: Wat Je Niet Zegt, Spreekt Soms Harder

Fast forward naar nu. Een andere tijd, een andere wereld, andere gevaren, maar sommige mechanismen blijven hetzelfde. Niet de inhoud, laten we dat helder houden, maar de manier waarop informatie wordt gebracht. Neem een incident, een steekpartij, een overval, een ruzie op straat. Dat gebeurt overal, in elke stad, in elk land. Maar hoe je het vertelt, bepaalt hoe mensen het voelen. Een krant kan schrijven dat een man is aangehouden na een steekpartij, maar een krant kan ook schrijven dat een asielzoeker is opgepakt na een steekpartij of dat een Marokkaanse jongen betrokken was bij een steekpartij. En dan gebeurt er iets in je hoofd. Niet omdat jij slecht bent of omdat jij racistisch bent, maar omdat je brein werkt zoals elk brein werkt: het zoekt patronen, vult gaten en maakt verbanden. Als je dat soort koppen vaak genoeg ziet, zonder context, nuance of uitleg, dan ontstaat er iets. Een gevoel. Een onderbuikgevoel. Een idee dat misschien niet klopt maar wel echt voelt. Dat is framing. Niet liegen, niet verzinnen, maar selecteren. En selectiviteit is macht.

De Stiltes Tussen de Regels

Wat media niet zeggen, is soms net zo belangrijk als wat ze wel zeggen. Een incident met een migrant krijgt een kop, een incident met een Nederlander krijgt een kop, maar de eerste krijgt vaker een label, een achtergrond, een herkomst, een religie. En dat label blijft hangen. Wat ontbreekt, is hoe vaak dit soort incidenten voorkomen, hoe uitzonderlijk ze zijn, hoeveel mensen uit dezelfde groep níet betrokken zijn, wat de omstandigheden waren en wat de context is. Als die context ontbreekt, vult de lezer hem zelf in, met eigen ervaringen, angsten en aannames. Dat is geen domheid, dat is psychologie.

De Straat Weet Dat Woorden Gewicht Hebben

Loop door Rotterdam en je voelt het. De stad is rauw, eerlijk en direct. Hier hoor je op straat wat mensen echt denken, niet wat ze in talkshows zeggen of op kantoor fluisteren maar wat ze voelen. Veel van dat gevoel komt niet uit de lucht vallen. Het komt uit verhalen, uit koppen, uit pushberichten en uit de manier waarop nieuws wordt gebracht. Niet omdat media slechte bedoelingen hebben, maar omdat media keuzes maken en elke keuze heeft een effect.

De Echo van Toen in de Stilte van Nu

Nogmaals, de vergelijking met de oorlog gaat niet over inhoud. Die tijd was uniek, gruwelijk en onvergelijkbaar. Maar de mechaniek is interessant. Toen had je een krant die door selectieve berichtgeving een beeld versterkte dat de bezetter goed uitkwam. Nu heb je een krant die door selectieve berichtgeving een beeld versterkt dat past bij de emoties van lezers. Toen was het propaganda, nu is het polarisatie. Niet hetzelfde, maar ook niet totaal los van elkaar. In beide gevallen zie je hoe krachtig media zijn, hoe woorden kunnen sturen, hoe stiltes kunnen vormen en hoe framing kan werken als een lens waardoor je de wereld ziet.

Sophie Hermans ontwijkt vraag

Waarom Dit Ertoe Doet voor Iedereen die Nu Leeft

Of je nu in Rotterdam woont, Paramaribo, Antwerpen of Bonaire, je leeft in een wereld waarin informatie sneller gaat dan je metrokaartje kan scannen. In die wereld is het belangrijk om te begrijpen hoe nieuws werkt. Niet om wantrouwig of cynisch te worden, maar om bewust te zijn. Bewust van hoe koppen emoties sturen, hoe context ontbreekt, hoe framing werkt, hoe selectiviteit beeldvorming beïnvloedt en hoe onderbuikgevoelens ontstaan. Als je dat weet, sta je steviger. Dan laat je je minder snel meeslepen en zie je het verschil tussen een incident en een patroon, tussen een verhaal en een frame, tussen nieuws en gevoel.

De Stad Onder Je Voeten, Het Nieuws in Je Hand

Je loopt door de stad, of dat nu Rotterdam is, Paramaribo, Antwerpen of Willemstad. Je voelt de grond, je voelt de wind, je voelt jezelf. En ergens in je hand trilt je telefoon weer. Een nieuw bericht, een nieuwe kop, een nieuw verhaal. En jij weet nu iets meer over hoe dat verhaal werkt, hoe het gemaakt wordt, hoe het binnenkomt en hoe het je raakt. Niet om je te sturen of te veranderen, maar om je te informeren. Want dat is waar het uiteindelijk om draait: weten hoe woorden werken, zodat jij zelf kunt bepalen wat je ermee doet.


Gepost op

in

door

Reacties

Plaats een reactie