Rotterdam – Je loopt door Rotterdam en je voelt het meteen. De stad is veranderd, niet in één klap, maar in kleine bewegingen die je pas ziet als je stilstaat. Vroeger kon je op elke hoek pinnen. Je liep een Albert Heijn binnen, tikte je pincode in en liep weer naar buiten met een paar briefjes in je hand. Het hoorde bij het ritme van de stad, net zo vanzelfsprekend als de tram die langs je heen zong. Maar nu sta je voor diezelfde supermarkt en zie je alleen nog een lege muur, een dichtgemetselde plek waar ooit een automaat zat. Je vraagt je af hoe dat zo gekomen is, en waarom het voelt alsof de stad iets heeft ingeleverd dat ooit zo normaal was.
Hoe plofkraken de stad in een kramp trokken
Het begon niet met beleid, maar met explosies. Plofkraken die nachten openbraken, straten deden trillen en gevels lieten scheuren. De stad werd wakker van sirenes en glasgerinkel, en de banken werden wakker van de kosten. Automaat na automaat ging dicht, niet omdat niemand meer contant geld wilde, maar omdat niemand een winkelcentrum wilde dat eruitzag alsof er een oorlog doorheen was gegaan. De criminelen hadden hun eigen logica, de banken hun eigen angst, en de stad zat ertussenin. Het gevolg was simpel: automaten verdwenen sneller dan iemand kon bijhouden, en de plekken waar je nog kon pinnen werden schaarser, centraler en vooral beter bewaakt.
De grote verschuiving naar binnen, en daarna weer naar buiten
Toen de plofkraken op hun hoogtepunt waren, leek het logisch om automaten naar binnen te verplaatsen. Supermarkten, drogisterijen, tabakszaken: allemaal kregen ze ineens een gele kast in hun hal. Het voelde veiliger, gecontroleerder, alsof de stad even adem kon halen. Maar winkels zijn geen forten, en supermarkten zijn geen banken. Ze wilden geen verantwoordelijkheid dragen voor explosieven, geen risico op schade, geen gedoe met beveiliging. Dus begon de volgende verschuiving. De automaten gingen weer naar buiten, maar niet terug naar de oude plekken. Ze kwamen terecht op strategische locaties, plekken die door Geldmaat waren uitgekozen alsof het schaakstukken waren. Niet te veel, niet te weinig, precies genoeg om te kunnen zeggen dat iedereen binnen vijf kilometer een automaat heeft, maar niet genoeg om te zeggen dat de stad nog steeds vol zit met plekken waar je zomaar even kunt pinnen.
De stille uitdunning van het netwerk
Wat je nu ziet, is geen toeval. Het is geen tijdelijke maatregel en geen fase die vanzelf weer voorbijgaat. Het is een uitdunning van het netwerk, een gecontroleerde afbouw die wordt verpakt als modernisering. Banken zeggen dat mensen minder contant betalen, dat automaten duur zijn, dat onderhoud en beveiliging geld kosten. Dat klopt allemaal, maar het verandert niets aan het gevoel dat de stad iets kwijtraakt. Je merkt het als je haast hebt, als je een taxi moet betalen, als je iemand contant wilt terugbetalen, of als je gewoon een paar briefjes in je zak wilt hebben omdat dat soms fijner voelt dan een pasje. De automaten die verdwijnen komen niet terug. De automaten die verplaatst worden, worden niet vervangen. De stad wordt dunner, niet voller.
De vraag die boven de stad hangt: gaan we richting cashloos?
Iedereen voelt het, maar niemand zegt het hardop. De vraag of we richting een cashloze maatschappij bewegen hangt als een wolk boven de stad. Officieel zegt niemand dat contant geld moet verdwijnen. De overheid benadrukt dat cash toegankelijk moet blijven, dat het een basisvoorziening is, dat kwetsbare groepen erop moeten kunnen rekenen. Maar de praktijk vertelt een ander verhaal. Minder automaten, grotere afstanden, minder plekken waar je spontaan kunt pinnen, meer nadruk op digitaal betalen. Het voelt alsof de stad langzaam wordt geduwd, niet met geweld maar met beleid, richting een toekomst waarin contant geld een uitzondering wordt in plaats van een gewoonte.
De straat merkt het eerder dan de beleidsmakers

Op straat zie je het sneller dan in een beleidsdocument. Je ziet het aan de mensen die voor een dichte muur staan waar ooit een automaat zat. Je ziet het aan de ouderen die nog steeds liever contant betalen. Je ziet het aan jongeren die nooit meer een briefje van twintig in hun hand hebben gehad. Je ziet het aan de kleine ondernemers die nog steeds een lade met muntjes hebben, maar merken dat steeds minder klanten die gebruiken. De stad voelt het in haar spieren, in haar ritme, in de manier waarop mensen bewegen. Contant geld is niet weg, maar het is minder aanwezig, minder zichtbaar, minder vanzelfsprekend.
De openingstijden die juist ruimer worden
Toch is er iets opvallends aan deze hele verschuiving. Terwijl automaten verdwijnen, worden de openingstijden van de automaten die blijven juist ruimer. Buitenautomaten zijn bijna altijd 24 uur per dag toegankelijk. Ze staan niet meer in supermarkten die om elf uur dichtgaan, maar op plekken waar je op elk moment van de dag terecht kunt. Het is een vreemde paradox. Minder automaten, maar meer vrijheid in tijd. Minder plekken, maar meer uren. Het voelt alsof de stad probeert te compenseren voor wat ze heeft weggehaald, alsof ze zegt: je kunt niet overal meer pinnen, maar waar het nog kan, kan het altijd.
De stad die zich aanpast, zoals ze altijd doet
Rotterdam is een stad die nooit stil blijft staan. Ze past zich aan, ze verandert, ze beweegt mee met wat nodig is. De verdwenen automaten zijn daar een voorbeeld van. Het is geen ramp, geen crisis, geen drama. Het is een verschuiving, een nieuwe fase in hoe de stad omgaat met geld, veiligheid en gemak. Maar het is ook een herinnering aan hoe snel dingen kunnen veranderen zonder dat iemand het echt doorheeft. Je loopt door de stad en ineens merk je dat iets wat ooit vanzelfsprekend was, nu bijzonder is geworden. Dat is hoe steden werken. Ze veranderen niet in één dag, maar in duizend kleine stappen die je pas ziet als je terugkijkt.
Wat er overblijft als het stof is neergedaald
Als je alles bij elkaar optelt, blijft er een helder beeld over. De automaten verdwijnen niet omdat niemand ze meer nodig heeft, maar omdat de balans tussen kosten, risico’s en gebruik is verschoven. De automaten die blijven, staan op plekken die beter beveiligd zijn en langer open. De stad wordt minder afhankelijk van contant geld, maar niet volledig cashloos. Het is geen complot, geen verborgen agenda, maar een optelsom van keuzes die logisch lijken op papier en voelbaar zijn op straat. De stad verandert, en wij veranderen mee, soms bewust, soms zonder dat we het doorhebben.



Plaats een reactie