Ramadan, Identiteit en Cultuur: De Onzichtbare Diversiteit binnen de Islam

De Ramadan die je niet ziet

Rotterdam, 21 februari 2026 – Je loopt door Rotterdam en je ziet van alles voorbij komen. Jongeren met hoofddoek, jongeren zonder hoofddoek, gezinnen die naar de moskee gaan, anderen die gewoon hun boodschappen doen alsof het een willekeurige dinsdag is. En ergens tussen al die gezichten, al die talen en al die manieren van leven, begint de vastenmaand. Niet als een verplicht nummer, niet als een opgelegd ritueel, maar als een periode waarin mensen even stilvallen. Een maand waarin je merkt dat iedereen zijn eigen manier heeft om met het heilige om te gaan, of je dat nou islam noemt, cultuur, traditie of gewoon een moment van bezinning. En precies daar begint het verhaal dat je zelden in de media ziet.

Advertentie

De islam als taal, niet als uniform pakket

Wanneer je op straat loopt, zie je het al snel: er bestaat niet één islam. De islam van de ene familie is niet de islam van de andere. De islam van Java is niet de islam van Albanië. De islam van Koerdische strijders is niet de islam van de santri in Indonesië. En toch worden al die vormen in de media vaak samengeperst tot één beeld, alsof iedereen dezelfde regels volgt, dezelfde kleding draagt en dezelfde manier van denken heeft. Maar wie een beetje om zich heen kijkt, weet dat religie geen uniform is. Het is een taal. Een manier waarop mensen proberen het Allerhoogste te begrijpen. Een manier waarop ze betekenis geven aan hun leven, hun geschiedenis en hun gemeenschap. En zoals elke taal kent ook deze dialecten, accenten en regionale varianten.

Agami Jawi: Javaanse islam die ademt als cultuur

Neem Agami Jawi, de Javaanse manier van moslim zijn die je niet in de krantenkoppen ziet. Daar dragen mensen namen als Soeharto, Soekarno, Karijopawiro en Subroto. Namen die ruiken naar Javaanse aarde, naar geschiedenis, naar voorouders. Geen gearabiseerde namen zoals Muhamadsaïd of Madiyomuhamad, die je eerder ziet bij de santri, de orthodoxere stroming die zich strakker aan de Arabische tradities houdt. In Agami Jawi lopen mensen niet weg van hun cultuur. Ze omarmen die. Ze dansen jaran kepang, ze kijken wayang kulit, ze houden slametan‑maaltijden en ze eren hun voorouders tijdens nyadran. En ja, sommige van hen eten gewoon varkensvlees, omdat hun religieuze identiteit niet draait om halal‑lijsten maar om harmonie, gemeenschap en spiritualiteit. Voor hen is islam geen set regels, maar een laag in een bredere Javaanse identiteit. Een taal die zich mengt met oudere tradities, met mystiek, met soefistische invloeden en met een manier van leven die draait om balans.

Albanië: moslims die lijken op de buren

En dan kijk je naar Albanië, een land waar de meerderheid moslim is, maar waar je op het strand gewoon meisjes in bikini ziet. Niet omdat ze minder gelovig zijn, maar omdat hun manier van islam nooit is losgetrokken van hun Europese cultuur. Daar is religie iets dat je draagt in je hart, niet op je hoofd. De hoofddoek zie je vooral in gebedsruimtes of tijdens rituelen, niet als dagelijkse verplichting. En als je daar rondloopt, denk je misschien hetzelfde als wat jij dacht: hé, die lijken op ons. Niet omdat ze precies hetzelfde doen, maar omdat hun manier van geloven niet botst met het leven dat ze leiden. Het is een islam die niet schreeuwt, niet dwingt, niet polariseert. Het is een islam die fluistert, die meebeweegt, die ruimte laat.

Koerden: mannen en vrouwen zij aan zij

En dan heb je de Koerden. De beelden van mannen en vrouwen die samen de strijd aangaan tegen ISIS zijn de wereld over gegaan. Niet gescheiden, niet verstopt, niet weggedrukt. Gewoon naast elkaar, als gelijken. Vrouwen met wapens, vrouwen in leiderschapsposities, vrouwen die niet wachten tot iemand hen toestemming geeft om te bestaan. En ook daar zie je dat religie niet de vorm bepaalt, maar de cultuur. Koerden zijn vaak moslim, maar hun manier van leven is seculier, egalitair en gericht op vrijheid. De hoofddoek is optioneel, niet verplicht. De scheiding tussen mannen en vrouwen is cultureel niet dominant. En wanneer je dat ziet, besef je opnieuw hoe beperkt het beeld is dat de media vaak neerzetten.

De media en het hoofddoekverhaal

Want laten we eerlijk zijn: als je de media moet geloven, draait de islam vooral om hoofddoeken, boerka’s en strikte regels. Het is alsof de camera altijd gericht staat op de meest conservatieve, meest zichtbare, meest conflictueuze vormen. Alsof dat de norm is. Alsof dat de enige manier is waarop moslims bestaan. Maar wie door Rotterdam loopt, of door Tirana, of door Erbil, of door Yogyakarta, ziet iets heel anders. Je ziet diversiteit. Je ziet vrijheid. Je ziet mensen die hun religie op hun eigen manier vormgeven. En je ziet dat de islam die in de media wordt getoond maar een fractie is van de werkelijkheid.

La ilaha ilallah: één God, vele talen

En dan kom je bij de kern van wat jij zei: La ilaha ilallah. Er is maar één God. Niet twee. Niet een echte en een valse. Niet een Arabische en een Javaanse. Niet een Koerdische en een Albanese. Eén. En de rest zijn manieren waarop mensen proberen dat ene te begrijpen. Manieren waarop ze het heilige proberen te vangen in woorden, rituelen, gewoontes en tradities. En als iemand denkt dat er twee goden zijn, dan is dat hun weg. Hun proces. Hun zoektocht. Want iedereen loopt zijn eigen pad. Iedereen draagt zijn eigen geschiedenis. Iedereen zoekt op zijn eigen manier naar betekenis.

Ramadan als maand van bewustwording

En dan komt de vastenmaand. Niet als een verplichting die je van buitenaf wordt opgelegd, maar als een moment van binnenuit. Een maand waarin je even stilstaat. Een maand waarin je loslaat wat zwaar is en ruimte maakt voor wat licht is. Een maand waarin je afsluit wat je niet meer dient en opnieuw begint met wat je wel nodig hebt. Een maand van bewustwording, van bezinning, van stilte en van kansen. En of je dat nou doet in Rotterdam, in Java, in Albanië of in Koerdistan, de kern blijft hetzelfde. Het is een maand waarin mensen proberen dichter bij zichzelf te komen. Dichter bij hun bron. Dichter bij dat ene wat groter is dan wij allemaal.

De islam die je niet ziet, maar wel voelt

En misschien is dat wel de echte islam. Niet de islam van de headlines, niet de islam van de talkshows, niet de islam van de politieke debatten. Maar de islam die leeft in mensen. De islam die zich aanpast aan cultuur, aan geschiedenis, aan omgeving. De islam die ruimte laat voor diversiteit. De islam die niet schreeuwt maar fluistert. De islam die niet dwingt maar uitnodigt. De islam die niet verdeelt maar verbindt. De islam die je niet altijd ziet, maar wel voelt wanneer je met mensen praat, wanneer je hun verhalen hoort, wanneer je hun manier van leven observeert.

Ramadan Karim

En zo begint de vastenmaand. Niet als een strijd, niet als een verplichting, maar als een kans. Een kans om te reflecteren, om te groeien, om te ademen. Een kans om te begrijpen dat religie geen muur is maar een brug. Geen uniform maar een taal. Geen beperking maar een richting. En daarom, aan iedereen die deze maand op zijn eigen manier beleeft: Ramadan Karim.


Gepost op

in

door

Reacties

Plaats een reactie