Rotterdam – Je loopt door een willekeurige straat in Rotterdam en je hoort het meteen. Dat zachte gemopper, dat eeuwige commentaar, dat typisch Nederlandse vermogen om zelfs een zonnige dag te analyseren alsof het een beleidsfout is. Je hoort het in Suriname ook, maar dan met een andere melodie, een andere warmte, een andere pijn. En als je goed luistert, hoor je het zelfs aan de andere kant van de wereld, in Zuid-Afrika, waar Afrikaners in een taal die op het onze lijkt hun eigen geschiedenis blijven herkauwen. Niet omdat ze willen, maar omdat geschiedenis zich vastbijt in mensen zoals kou in botten. Je draagt het mee, zelfs als je denkt dat je het hebt afgeschud.
Hoe de Boerenoorlogen een volk vormden dat nooit meer hetzelfde werd
Wanneer je naar Afrikaners kijkt, zie je een volk dat zichzelf heeft gebouwd op verlies. De Boerenoorlogen waren geen voetnoot in een geschiedenisboek; het waren littekens die nooit echt dichtgroeiden. De Britten kwamen, namen, verbrandden, sloten vrouwen en kinderen op in concentratiekampen — de eerste grootschalige in de westerse wereld. En Afrikaners leerden daar iets wat ze nooit meer zijn vergeten: dat macht altijd een prijs vraagt, en dat die prijs meestal wordt betaald door mensen die geen keuze hebben.
Die oorlogen maakten Afrikaners niet alleen boos; ze maakten ze wantrouwig. Wantrouwig naar imperia, naar verandering, naar iedereen die zegt dat ze het beste met je voor hebben. En dat wantrouwen sijpelde door in hun cultuur, hun politiek, hun manier van kijken naar de wereld. Het werd een fundament waarop later apartheid werd gebouwd — een systeem dat evenveel ging over angst als over macht.
Hoe apartheid niet uit de lucht kwam vallen maar uit een lange schaduw groeide
Apartheid begon officieel in 1948, maar de wortels lagen veel dieper. Het was een systeem dat zichzelf verkocht als “afzonderlijke ontwikkeling”, maar iedereen wist wat het echt was: een manier om controle te houden in een land waar blanken een minderheid waren. De wetten waren strak, hard, bureaucratisch. Mensen werden ingedeeld, verplaatst, uitgesloten. Land werd afgenomen zonder compensatie, hele wijken werden weggevaagd, families uit elkaar gehaald.
En terwijl de wereld keek en oordeelde, bouwden Afrikaners een verhaal waarin zij niet alleen daders waren, maar ook slachtoffers van hun eigen geschiedenis. Dat dubbele bewustzijn — schuld en slachtofferschap tegelijk — is iets wat je vandaag nog steeds voelt wanneer je met Afrikaners praat. Ze dragen hun verleden als een jas die te zwaar is, maar die ze niet kunnen uittrekken omdat ze dan naakt zouden staan.
Hoe onafhankelijkheid in 1961 geen bevrijding was maar een nieuwe kooi
Toen Zuid-Afrika in 1961 volledig onafhankelijk werd, leek het op papier een overwinning. Geen Britse kroon meer, geen buitenlandse inmenging. Maar onafhankelijkheid betekende ook dat apartheid nu zonder remmen kon worden doorgevoerd. De Bantoestans werden uitgerold, politieke tegenstanders opgesloten, partijen verboden, Mandela achter tralies gezet. Het land werd een laboratorium voor rassenscheiding, en iedereen leefde in een systeem dat zichzelf steeds verder vastschroefde.
Voor Afrikaners betekende het ook iets anders: ze stonden er alleen voor. Geen imperium om op terug te vallen, geen buffer tegen internationale kritiek. En dat isolement voedde opnieuw dat oude gevoel van belegering, dat idee dat de wereld tegen hen was. Een idee dat tot op de dag van vandaag doorwerkt in hun politieke keuzes en hun manier van praten over veiligheid, land en identiteit.
Hoe landhervorming vandaag de oude wonden opnieuw openmaakt
Na 1994 moest Zuid-Afrika iets doen aan de gigantische ongelijkheid die apartheid had achtergelaten. Landhervorming werd het instrument, maar het proces liep vast in bureaucratie, corruptie en politieke angst. Onder Ramaphosa kwam er een nieuwe wet: de Expropriation Act. Onteigening zonder compensatie werd mogelijk, maar alleen in specifieke gevallen — verlaten land, speculatief bezit, grond die door de staat was gefinancierd maar op naam van particulieren stond.

Het was geen omgekeerde apartheid, geen wraakactie tegen blanken, maar een poging om historische schade te herstellen. Toch voelde het voor veel Afrikaners alsof de geschiedenis zich herhaalde. Alsof ze opnieuw moesten vrezen voor verlies, opnieuw moesten leven met onzekerheid over hun grond, hun toekomst, hun plek in het land dat ze al generaties lang bewerken.
Hoe plaatsmoorden een symbool werden van angst, niet van statistiek
Plaasmoorde — aanvallen op boerderijen — zijn een reëel probleem in Zuid-Afrika. Ze zijn gewelddadig, vaak extreem, en ze gebeuren op plekken waar hulp ver weg is. Maar ze zijn geen georganiseerde campagne tegen blanke boeren, hoe graag sommige groepen dat narratief ook gebruiken. Het zijn misdaden in een land waar criminaliteit hoog is en waar plattelandsgemeenschappen kwetsbaar zijn.
Toch zijn plaatsmoorden meer dan cijfers. Ze zijn symbolen geworden. Voor Afrikaners staan ze voor onveiligheid, voor verlies van controle, voor een land dat hen niet meer beschermt. Voor anderen staan ze voor politieke manipulatie, voor angstzaaierij, voor het misbruiken van tragedies om oude machtsstructuren te verdedigen. En ergens daartussenin staan de slachtoffers, die geen politiek spel zijn maar mensen die hun leven verliezen.
Hoe Julius Malema olie op een vuur gooit dat al eeuwen smeult
Julius Malema is geen voetnoot in dit verhaal. Hij is een katalysator. Zijn retoriek — het zingen van “Kill the Boer”, zijn uitspraken over blanken, zijn radicale landhervormingsagenda — raakt precies die zenuw die bij Afrikaners al generaties lang bloot ligt. Hij zegt dat het symbolisch is, dat het gaat om geschiedenis, niet om geweld. Maar symbolen hebben macht, zeker in een land waar geschiedenis nooit echt voorbij is.
Voor zijn aanhangers is Malema een stem van rechtvaardigheid. Voor zijn tegenstanders is hij een bedreiging. Voor de rest van de wereld is hij een herinnering dat Zuid-Afrika nog steeds zoekt naar een manier om verleden en toekomst met elkaar te verzoenen.
Hoe Afrikaners naar de VS vluchten — en soms weer terug willen
Onder Trump 2 erkende de VS blanke Zuid-Afrikanen als vluchtelingen. De eerste groepen Afrikaners vertrokken, op zoek naar veiligheid, stabiliteit, een nieuw begin. Maar migratie is nooit simpel. In de VS ontdekten sommigen dat het beloofde land ook zijn eigen problemen heeft. Dat integratie moeilijk is. Dat heimwee hardnekkig is. Dat identiteit niet zomaar meeverhuist.
En nu hoor je verhalen van Afrikaners die terug willen. Niet omdat Zuid-Afrika veiliger is geworden, maar omdat thuis soms sterker is dan angst. Omdat cultuur, taal en geschiedenis je blijven roepen, zelfs als je dacht dat je ze achter je had gelaten.
Hoe klagen een cultuurhistorisch kompas werd
En dan komen we terug bij de gedachtenkronkel dat Nederlanders, Surinamers en Afrikaners elkaar herkennen in hun vermogen om te klagen. Niet als zwakte, maar als manier om grip te krijgen op een wereld die altijd verandert. Lea Dasberg noemde de mens een cultuurhistorisch wezen, en dat zie je hier in volle glorie. Klagen is geen geluid; het is een echo van geschiedenis. Een manier om te zeggen: “Ik ben hier, ik heb geleden, ik heb overleefd.”
Nederlanders doen het met nuchterheid. Surinamers met warmte en humor. Afrikaners met een mengsel van trots en pijn. Maar de kern is hetzelfde: mensen dragen hun verleden mee, en dat verleden praat door hen heen.
Hoe geschiedenis nooit stopt met praten, zelfs als jij dat wel probeert
Wat je ziet in Zuid-Afrika, in Nederland, in Suriname, is dat geschiedenis geen hoofdstuk is dat je kunt omslaan. Het is een stem die blijft fluisteren, soms schreeuwen, soms zingen. En mensen reageren daarop zoals ze kunnen: door te klagen, te vluchten, terug te keren, te vechten, te onderhandelen, te herinneren.
En misschien is dat de echte les van dit hele verhaal: dat niemand echt ontsnapt aan zijn geschiedenis, maar dat je wel kunt kiezen hoe je ermee leeft. Niet door te doen alsof het er niet is, maar door het te begrijpen, te erkennen, en er woorden aan te geven — zelfs als die woorden soms klinken als geweeklaag.



Plaats een reactie