De rook stijgt op boven Teheran
Het is zaterdagochtend 28 februari 2026. De lucht boven Teheran kleurt zwart van de rook. Explosies denderen door de stad, alsof de aarde zelf haar woede uitschreeuwt. Amerikaanse en Israëlische straaljagers hebben vannacht meerdere doelen geraakt: nucleaire installaties, militaire commandocentra, communicatiehubs. De aanval kwam niet onverwacht, maar wel met een snelheid en intensiteit die zelfs de meest doorgewinterde analisten verraste. En terwijl de wereld zich afvraagt of dit het begin is van een nieuwe wereldoorlog, stellen wij een andere vraag: voor wie wordt deze oorlog eigenlijk gevoerd?
De echo van 2003
Wie oud genoeg is om zich de beelden van “Shock and Awe” boven Bagdad te herinneren, voelt het déjà vu. Ook toen was er een vijand die zogenaamd massavernietigingswapens bezat. Ook toen werd de aanval verpakt in de taal van veiligheid, vrijheid en preventie. En ook toen bleek achteraf dat het verhaal rammelde als een winkelwagentje op de Coolsingel.
Nu is Iran aan de beurt. De officiële reden: het nucleaire programma vormt een bedreiging voor Israël en de wereldorde. Maar wie goed luistert, hoort een ander ritme. Geen oorlog uit noodzaak, maar uit strategie. Geen aanval uit zelfverdediging, maar uit geopolitieke berekening. En misschien zelfs: uit angst voor wat er aan het licht komt.
De Epstein-schaduw
Begin februari kwamen de langverwachte Epstein-files naar buiten. Miljoenen pagina’s vol namen, vluchtschema’s, e-mails, foto’s. De beerput ging open. En wat eruit kwam, rook naar macht, misbruik en manipulatie. Onder de namen: politici, zakenmagnaten, militairen. Sommigen nog actief, anderen al lang verweven met de diepe aderen van het Amerikaanse establishment.
Wat opvalt: de connectie met Israël. Epstein had nauwe banden met Israëlische inlichtingendiensten, doneerde aan militaire fondsen, en onderhield contact met figuren als voormalig premier Ehud Barak. Volgens gelekte FBI-notities zou Epstein zelfs getraind zijn als spion. Zijn villa’s — vol verborgen camera’s — waren geen speeltuinen, maar valstrikken. Chantage als systeem. Seks als wapen. Beelden als munitie.
Wie bestuurt wie?
Als je weet dat machtige Amerikanen chantabel zijn, en als je weet dat Israël over die informatie beschikt, dan verandert het spel. Dan is de vraag niet meer: “Waarom valt de VS Iran aan?” maar: “Wie trekt er aan de touwtjes?” Want Iran is geen directe bedreiging voor de VS. Geen oliebelangen, geen grensconflict, geen aanval. Maar wel een doorn in het oog van Israël. En dus, zo lijkt het, een doelwit.

De aanval komt op een moment dat president Trump onder vuur ligt. De verkiezingen naderen. De media smullen van de Epstein-onthullingen. Wat is er effectiever dan een oorlog om de aandacht te verleggen? Wat is er krachtiger dan een vijandbeeld om de rijen te sluiten?
Greater Israel: mythe of blauwdruk?
In sommige kringen wordt gefluisterd over “Eretz Yisrael HaShlema” — Groot-Israël. Een bijbels concept dat reikt van de Nijl tot de Eufraat. Geen officieel beleid, maar wel een ideologische onderstroom in bepaalde zionistische netwerken. In die visie zijn Syrië, Libanon, delen van Irak en zelfs Iran geen buren, maar obstakels. En obstakels worden verwijderd.
De aanval op Iran past in dat plaatje. Door Iran te verzwakken, verliest Hezbollah zijn ruggengraat. Syrië wordt geïsoleerd. Irak blijft verdeeld. En Israël? Dat groeit. Niet per se in land, maar in invloed. In ruimte. In stilte.
De straat weet het al
Op Zuid, in de kapsalon, zegt een oude man: “Dit is geen oorlog van Amerika. Dit is een oorlog via Amerika.” Hij wijst naar de tv, waar CNN beelden toont van brandende gebouwen. “Ze doen alsof het om veiligheid gaat, maar het is gewoon een afrekening. En wij mogen straks weer de prijs betalen.”
Want de olieprijs schiet omhoog. Vluchtelingenstromen komen op gang. De angst groeit. En terwijl de bommen vallen, verdwijnen de Epstein-dossiers uit beeld. Misschien zelfs letterlijk — sommige bestanden lagen op Amerikaanse bases in Irak en Syrië, nu geraakt door Iraanse raketten. Toeval? Of opzet?
De dans van macht en media
De mainstream media dansen mee. De headlines spreken van “vergelding”, “dreiging”, “veiligheid”. Maar wie bepaalt wat een dreiging is? Wie schrijft het script? En wie betaalt de regisseur?
In de marge van het internet, op fora en alternatieve platforms, groeit het besef dat deze oorlog niet alleen over uranium gaat. Maar over controle. Over geheimen. Over wie wie in de tang heeft. En over hoe ver men bereid is te gaan om die greep niet te verliezen.
De straat kijkt toe — en onthoudt
Wij, de mensen op straat, zien het gebeuren. We ruiken de rook, ook al zitten we duizenden kilometers verderop. We voelen de echo’s van 2003 in onze botten. We herkennen het patroon. En we vragen ons af: als dit het spel is, wie speelt er dan met wie?
Want als oorlogen gevoerd worden om geheimen te begraven, dan is de waarheid het eerste slachtoffer. En de straat? Die blijft achter met de rekening, de rouw, en de vraag: wie vecht hier eigenlijk voor wie?



Plaats een reactie