George Floyd en het falende politie‑ en armoedebeleid in de VS

Rotterdam – Je kent dat moment waarop je naar beelden kijkt en je lichaam reageert voordat je hoofd het kan bijbenen. Je voelt het in je buik, in je kaken, in je schouders die zich aanspannen alsof je zelf midden op straat staat. Je ziet een man op de grond, je ziet een agent die te lang doorgaat, en je voelt dat er iets misgaat dat nooit had mogen gebeuren. Maar hoe langer je kijkt, hoe duidelijker het wordt dat dit niet alleen over één agent gaat. Dit gaat over een systeem dat al jaren kraakt, een systeem dat mensen binnenhaalt zonder goed te kijken, een systeem dat klachten wegwuift, een systeem dat armoede laat etteren en dan verbaasd is wanneer het misgaat. En precies daar begint de echte woede, niet bij één man, maar bij alles wat hem mogelijk maakte.

Het korps dat wegkeek

Als je kijkt naar de staat van dienst van Derek Chauvin, dan zie je geen incident, maar een reeks signalen die nooit serieus genoeg zijn genomen. Je ziet eerdere klachten over buitensporig optreden, je ziet collega’s die het wel zagen maar niets konden of durfden te doen, en je ziet leidinggevenden die liever de schijn van controle ophielden dan de realiteit onder ogen te zien. Dat is geen foutje, dat is een cultuur. Een cultuur waarin klachten worden gezien als ruis, waarin hard optreden wordt verward met professioneel optreden, en waarin het makkelijker is om iemand te laten zitten dan om verantwoordelijkheid te nemen. En als je zo’n cultuur jarenlang laat bestaan, dan creëer je precies de omstandigheden waarin een situatie zoals die met George Floyd kan ontstaan. Niet omdat iemand dat wil, maar omdat niemand op tijd ingrijpt.

Advertentie

De politiek die het probleem groter maakte

Politiek beleid bepaalt de kaders waarbinnen een korps opereert. In de Verenigde Staten is dat beleid decennialang gebouwd op slogans die goed klinken maar slecht werken. Tough on crime. Zero tolerance. Law and order. Het zijn woorden die stoer klinken op verkiezingsposters, maar die in de praktijk leiden tot een cultuur waarin agenten worden aangemoedigd om te domineren in plaats van te de‑escaleren. Het zijn woorden die de nuance uit het werk halen, die de menselijkheid uit het contact halen, en die de verantwoordelijkheid verschuiven van begeleiding naar bestraffing. En als je dat combineert met een politiek die weigert om nationale standaarden te creëren voor een beroep dat letterlijk over leven en dood gaat, dan krijg je een systeem dat niet gebouwd is op kwaliteit, maar op willekeur. Achttienduizend politiediensten, achttienduizend manieren van werken, achttienduizend interpretaties van wat “goed politiewerk” is. Dat is geen beleid, dat is chaos.

Armoede als brandstof voor escalatie

Je kunt niet praten over politiegeweld in de Verenigde Staten zonder te praten over armoede. Armoede is geen achtergronddecor, het is de brandstof die veel situaties laat escaleren. Wijken waar scholen ondergefinancierd zijn, waar banen verdwijnen, waar gezondheidszorg onbetaalbaar is, waar mensen leven in een constante staat van stress. In zulke omstandigheden wordt elk contact met de politie beladen, niet omdat mensen slecht zijn, maar omdat het systeem hen al jaren laat vallen. En als je dan een politie‑apparaat hebt dat niet is opgeleid om met die realiteit om te gaan, dan krijg je situaties waarin spanning sneller oploopt dan gezond is. Armoede maakt mensen kwetsbaar, en een slecht getraind korps maakt die kwetsbaarheid gevaarlijk.

Het verschil met Nederland

Als je bent opgegroeid in Nederland, dan herken je dat verschil meteen. In de jaren tachtig moest je havo hebben om bij de politie te komen, met Nederlands en Engels als verplichte vakken. De selectie was streng, de opleiding was lang, en de controle was uniform. Tegenwoordig zijn er meer instroomroutes, maar de opleiding is nog steeds centraal georganiseerd en stevig gestructureerd. Dat betekent dat de kwaliteit van agenten niet afhankelijk is van de gemeente waar ze werken, maar van een landelijk systeem dat bewaakt wat professionaliteit betekent. Dat is een wereld van verschil met de Verenigde Staten, waar je in veel staten met een high school diploma al binnenkomt en waar de opleiding soms maar enkele maanden duurt. Dat is geen verwijt aan individuen, maar aan een systeem dat te weinig waarborgen heeft ingebouwd om fouten te voorkomen.

De vraag naar intentie

In de zaak‑George Floyd is nooit bewezen dat Derek Chauvin de intentie had om Floyd te doden. De beelden laten een situatie zien die escaleert, een situatie waarin een agent te lang doorgaat en niet ingrijpt wanneer dat wel had gemoeten. Maar intentie is iets anders dan gevolg. En omdat intentie niet is vastgesteld, past het niet om woorden te gebruiken die suggereren dat er sprake was van een bewuste daad. Wat je wel kunt zeggen, is dat de situatie onnodig gevaarlijk werd door een gebrek aan proportie en door het niet tijdig aanpassen van het optreden. Dat is verwijtbaar, maar het is verwijtbaar binnen een context waarin het korps en het beleid de voorwaarden hebben gecreëerd waarin zulke fouten kunnen ontstaan.

Officer convicted of murder in George Floyd’s death seeks new trial

De juridische strijd van Chauvin

Dat Chauvin nu probeert zijn veroordeling aan te vechten, past in een patroon dat je vaker ziet bij mensen die onder grote druk staan. Hij richt zich op vermeende fouten in het proces, op getuigen die volgens hem verkeerd verklaarden, en op jury‑instructies die volgens zijn advocaat niet klopten. Dat is zijn recht, maar het verandert niets aan de bredere vraag die boven deze zaak hangt: hoe kon iemand met zijn staat van dienst zo lang in functie blijven? Die vraag gaat niet over hem, maar over het systeem dat hem in positie hield. En dat systeem is waar de echte verantwoordelijkheid ligt.

Wat deze zaak ons leert

De zaak‑George Floyd laat zien dat politiegeweld niet alleen ontstaat door individuele fouten, maar door structurele tekortkomingen in selectie, opleiding, toezicht, armoedebeleid en politiek. Het laat zien dat een korps verantwoordelijkheid draagt voor wie het binnenhaalt en wie het laat blijven. Het laat zien dat politiek beleid invloed heeft op de cultuur binnen politiediensten. En het laat zien dat intentie niet altijd de kern is van het probleem. Soms is het probleem dat een systeem niet sterk genoeg is om fouten te voorkomen. En als dat systeem faalt, dan faalt het niet alleen voor de mensen die slachtoffer worden, maar ook voor de agenten die in dat systeem werken.

Reacties

Plaats een reactie