Van Indië tot Den Haag: De Geschiedenis achter FVD en de Extreemrechts‑Discussie

Rotterdam – Je hoeft geen historicus te zijn om te voelen hoe verhalen zich herhalen, hoe oude patronen zich in nieuwe jassen steken en hoe politieke bewegingen altijd meer zijn dan hun slogans. Je ziet het wanneer je door de stad loopt, wanneer je de gesprekken opvangt in de tram, wanneer je de gezichten leest van mensen die allang doorhebben dat politiek niet alleen in de Kamer gebeurt maar in de lijven van iedereen die hier leeft. En als je kijkt naar Forum voor Democratie, naar hoe dat verhaal begon in 2017 en hoe het zich sindsdien heeft uitgespreid, dan zie je precies dat soort lijnen. Lijnen die teruggaan naar oude koloniale reflexen, naar angst voor verandering, naar verlangen naar orde, naar de manier waarop leiders worden ontvangen afhankelijk van de bedreiging die ze vormen. Lijnen die doorlopen tot in het heden, tot in de discussies die nu de straat op knallen.

Het begin van het verhaal: 2017 als breuklijn

Het is makkelijk om te vergeten hoe klein het allemaal begon. Twee zetels in 2017, een entree die nog voorzichtig was, bijna ingetogen vergeleken met de storm die later zou volgen. Maar wie toen al goed keek, zag dat het geen gewone nieuwkomer was. Het was een partij die zichzelf neerzette als buitenstaander, als uitdager van het systeem, als iemand die de ramen open wilde gooien in een Kamer die volgens hen te lang had gestaan in dezelfde muffe lucht. Je voelde het in de toon, in de manier waarop ze spraken over soevereiniteit, over identiteit, over de EU, over het partijkartel. Het was geen technocratische taal, het was taal die bedoeld was om iets in je lijf te laten bewegen.

Advertentie

En dat werkte. Want in 2021 stonden ze ineens op acht zetels, een piek die samenviel met de coronajaren waarin wantrouwen, frustratie en vermoeidheid door het land trokken als een mist die nergens wilde optrekken. Het was een moment waarop veel mensen zich afvroegen wie er eigenlijk nog voor hen sprak. FVD sprong in dat gat, met een retoriek die harder werd, scherper, meer gericht op conflict dan op compromis. En precies daar begon de verschuiving die later door politicologen werd benoemd als een beweging richting extreemrechts.

De verschuiving die iedereen kon voelen

Je hoeft geen politicoloog te zijn om te zien wanneer een partij van toon verandert. Je voelt het in de woorden die worden gekozen, in de vijandbeelden die worden neergezet, in de manier waarop een debat niet meer gaat over beleid maar over beschaving, over strijd, over een vijand die groter is dan de Kamer zelf. Dat is het moment waarop een partij niet meer alleen een politieke positie inneemt, maar een wereldbeeld verkoopt. Een wereldbeeld waarin de EU geen bureaucratische machine meer is maar een bedreiging, waarin migratie geen beleidsvraag meer is maar een existentiële kwestie, waarin klimaatbeleid geen discussie meer is maar een aanval op vrijheid.

Politicologen zoals Sarah de Lange en Cas Mudde zagen die verschuiving en noemden het bij naam. Niet omdat ze een partij wilden framen, maar omdat ze patronen herkenden die ze eerder hadden gezien in Europa. Patronen van radicalisering, van normalisering van extreemrechtse retoriek, van het toelaten van kandidaten met sympathieën die vroeger ondenkbaar waren. Het is een analyse die je niet hoeft te delen om te begrijpen waar hij vandaan komt. Je hoeft alleen maar te kijken naar de incidenten, de appgroepen, de contacten met groepen die al decennia bekendstaan als extreemrechts. Je hoeft alleen maar te zien hoe de partijtop reageerde: niet door afstand te nemen, maar door het te normaliseren.

Thierry Baudet

De Indische lijn die door het verhaal loopt

En dan is er dat andere spoor, dat onverwachte spoor dat teruggaat naar de Indische geschiedenis. Het spoor van Thierry Baudet zelf, met zijn Indische wortels via zijn overgrootmoeder Ernestine van Heemskerck. Het is een detail dat vaak wordt genoemd maar zelden wordt uitgewerkt. Want Indisch bloed betekent niet automatisch een politieke richting, maar het laat wel zien hoe complex afkomst kan zijn. Hoe iemand met wortels in een koloniale geschiedenis toch een wereldbeeld kan ontwikkelen dat draait om nationale identiteit, om grenzen, om beschaving.

Het is een ironie die je vaker ziet in de geschiedenis: mensen die voortkomen uit menging, uit migratie, uit koloniale lijnen, die zich later vastbijten in ideeën over zuiverheid, over identiteit, over natiestaat. Niet omdat ze hun afkomst ontkennen, maar omdat ze een verhaal zoeken dat houvast geeft in een wereld die steeds sneller verandert. En dat verhaal vinden ze soms in ideeën die juist tegen die geschiedenis ingaan.

De koloniale echo’s: Troelstra en Mussert in Indië

Als je terugkijkt naar de koloniale tijd, zie je precies hoe politieke leiders werden ontvangen afhankelijk van de bedreiging die ze vormden. Troelstra, de socialist, de revolutionair, werd in Indië nooit warm onthaald. Niet omdat hij persoonlijk iets misdaan had, maar omdat socialisme in de kolonie werd gezien als een directe bedreiging voor de orde. Het koloniale bestuur was doodsbang voor ideeën die arbeiders konden mobiliseren, die inheemse groepen konden inspireren, die de hiërarchie konden ondermijnen. Troelstra stond symbool voor dat gevaar, en dus werd hij met argwaan bekeken, met afstand, met repressie.

Mussert daarentegen, de leider van de NSB, werd in 1935 ontvangen alsof hij een bondgenoot was. Overvolle zalen, een eervolle ontvangst door gouverneur‑generaal De Jonge, een Indische NSB die duizenden leden had. Niet omdat men zijn ideologie volledig deelde, maar omdat hij iets vertegenwoordigde wat het koloniale bestuur kon gebruiken: orde, autoriteit, anti‑socialisme. In een kolonie waar angst voor opstand altijd onder de oppervlakte lag, was autoritair nationalisme geen bedreiging maar een buffer.

Het is een patroon dat je vandaag nog steeds kunt herkennen. Niet in dezelfde vorm, niet met dezelfde spelers, maar wel in dezelfde reflex: autoriteit wordt omarmd wanneer het orde belooft, radicale ideeën worden gevreesd wanneer ze verandering beloven. En precies dat maakt de vergelijking relevant wanneer je kijkt naar hoe partijen vandaag worden ontvangen, hoe ze worden geduid, hoe ze worden geclassificeerd.

De straat voelt het eerder dan de Kamer

Je hoeft geen Kamerdebat te volgen om te weten wanneer een partij verschuift. Je voelt het op straat, in de gesprekken die je opvangt, in de manier waarop mensen praten over politiek alsof het een gevecht is geworden in plaats van een gesprek. Je ziet het in de ogen van mensen die zich niet meer vertegenwoordigd voelen, die zoeken naar iemand die hun frustratie verwoordt. Je ziet het in de manier waarop partijen inspelen op dat gevoel, hoe ze het versterken, hoe ze het gebruiken om hun eigen verhaal groter te maken.

Nieuwe peiling: FVD + JA21 nu samen grootste partij. #DDDP

En dat is precies wat er gebeurde met FVD. De partij werd een symbool voor mensen die zich buitengesloten voelden, die het gevoel hadden dat de politiek hen niet meer zag. Maar tegelijkertijd werd de partij een podium voor ideeën die steeds verder opschoven, steeds harder werden, steeds meer leunden op vijandbeelden. Het is die dubbele beweging die de partij zo moeilijk te plaatsen maakt: een mix van intellectuele ambitie, culturele nostalgie, politieke confrontatie en ideologische radicalisering.

De geschiedenis die nooit weggaat

Wanneer je kijkt naar de ontvangst van Troelstra en Mussert in Indië, zie je hoe macht reageert op ideeën. Wanneer je kijkt naar de verschuiving van FVD, zie je hoe ideeën reageren op macht. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille. In beide gevallen gaat het om angst, om orde, om identiteit, om de vraag wie er mag spreken en wie er moet zwijgen. Het gaat om de manier waarop politieke bewegingen worden gevormd door de tijd waarin ze ontstaan, maar ook door de geschiedenis die onder die tijd ligt.

En als je dat allemaal samenlegt, zie je dat het verhaal van FVD niet alleen een verhaal is van zetels, van verkiezingen, van Kamerdebatten. Het is een verhaal dat teruggaat naar koloniale reflexen, naar culturele onzekerheid, naar de manier waarop samenlevingen reageren op verandering. Het is een verhaal dat nog lang niet af is, omdat de vragen die het oproept nog steeds door de straten van Rotterdam waaien, door de polders, door de steden, door de hoofden van iedereen die probeert te begrijpen waar dit land naartoe beweegt.

Reacties

Plaats een reactie