Rotterdam – Je kent dat gevoel wanneer je door de stad loopt en de lucht anders ruikt dan vroeger. Niet omdat de regen anders valt, maar omdat de mensen anders ademen. In Suriname gebeurde dat na 2020. De lucht werd zwaarder, de gesprekken korter, de gezichten strakker. Niet omdat mensen ineens minder van elkaar hielden, maar omdat de SRD begon te vallen alsof iemand het touw had doorgesneden. En terwijl de munt viel, viel ook het vertrouwen. In de politiek, in de toekomst, in de simpele zekerheid dat je morgen hetzelfde brood kunt kopen als vandaag.
Je hoeft geen econoom te zijn om te voelen wanneer een land in zijn maag wordt geraakt. Je hoeft alleen maar op straat te staan, tussen de mensen die hun salaris zien verdampen voordat het op de rekening staat. Dat is waar de echte economie leeft. Niet in rapporten, maar in boodschappentassen die steeds lichter worden.
De Inflatie van Toen en de Devaluatie van Nu
Veel mensen vergeten hoe de eerste klap viel. Niet in 2020, maar in 2015, toen Alcoa en Suralco hun spullen pakten en vertrokken naar een plek waar arbeiders voor twee dollar per dag hun rug breken. Suriname verloor niet alleen een bedrijf, maar een bron van deviezen, stabiliteit en trots. De inflatie die daarop volgde was geen luxe‑inflatie, geen overbesteding, geen economische groei die te heet werd. Het was armoede‑inflatie. Een munt die zwakker werd omdat er minder dollars binnenkwamen. Een land dat duurder werd omdat het afhankelijk is van import. Een samenleving die begon te kraken omdat de fundamenten wegvielen.
Maar wat daarna kwam, na 2020, was anders. Dat was geen inflatie die uit de lucht kwam vallen. Dat was inflatie die voortkwam uit een beleidskeuze. De keuze om de koers vrij te laten. De keuze om de SRD te laten zwemmen in een oceaan waar haaien al cirkelden. De keuze om het IMF binnen te halen met voorwaarden die harder waren dan de realiteit van de straat.
En dat is waar het wrang wordt. Want wanneer een regering een knop omzet die de prijzen laat exploderen, dan voelt het anders dan wanneer de wereldmarkt je raakt. Het voelt persoonlijker. Het voelt alsof iemand in Paramaribo op een knop drukt en jij in Rotterdam of Nickerie of Amsterdam de rekening betaalt.
De Koopkracht die Wegsmolt als IJs in de Zon
Je hoeft geen statistieken te citeren om te begrijpen wat koopkrachtverlies betekent. Je hoeft alleen maar te kijken naar een politieagent die in 2015 nog zevenhonderd euro per maand waard was, en in 2025 nog maar honderdvijftig. Dat is geen daling. Dat is een amputatie. Dat is een samenleving die zijn ruggengraat verliest.

In 2015 kon een agent zijn kinderen nog fatsoenlijk aankleden, een internetabonnement betalen, een koelkast repareren zonder een lening te moeten afsluiten. In 2020 was dat al moeilijker. In 2025 werd het bijna onmogelijk. Niet omdat mensen lui werden, maar omdat de SRD sneller smolt dan ijs in de middagzon.
En terwijl de prijzen stegen, stegen de woorden van politici mee. Niet in waarde, maar in volume. “De vorige regering.” “De vorige regering.” “De vorige regering.” Alsof herhaling een economie kan redden. Alsof een mantra de koers kan stabiliseren. Alsof schuldtoewijzing brood op tafel zet.
De Politiek die Harder Klonk dan de Realiteit
Je hebt het zelf gehoord. Ministers die spraken alsof politiek een gevecht is en het volk de toeschouwer. Uitspraken die viraal gingen op Facebook, niet omdat ze wijs waren, maar omdat ze hard waren. Omdat ze polariseerden. Omdat ze klonken als straf in plaats van leiderschap.
En ergens in die kakofonie stond een president die zei dat mensen vaker vegetarisch moesten eten. Alsof groenten goedkoper zijn dan kip. Alsof armoede een lifestylekeuze is. Alsof je met een kom sopropo de inflatie kunt verslaan.
Dat is waar de disconnect zichtbaar werd. Niet in de cijfers, maar in de woorden. Woorden die klonken alsof ze uit een conferentiezaal kwamen, niet uit een land waar mensen soms één maaltijd per dag eten.
Het IMF als Onzichtbare Regisseur
Je kunt niet praten over Suriname na 2020 zonder het IMF te noemen. Niet als schuldige, maar als architect. Het IMF‑programma was geen advies. Het was een contract. Een contract met voorwaarden die diep sneden in de samenleving. Koersvrijlating. Subsidies schrappen. Belastingen verhogen. Begroting verstrakken. Staatsbedrijven hervormen. Het soort maatregelen dat in theorie werkt, maar in de praktijk mensen op straat laat vallen.
En dat is precies wat er gebeurde. De SRD zakte weg. De prijzen stegen. De lonen bleven achter. En de sociale bescherming faalde. Zelfs het IMF zei dat. En wanneer het IMF zegt dat je sociale bescherming faalt, dan weet je dat de situatie ernstig is.
De Straat die Altijd de Waarheid Vertelt
Je kunt veel zeggen over Suriname, maar niet dat de straat liegt. De straat vertelt altijd de waarheid. De straat vertelt je wanneer mensen het niet meer trekken. De straat vertelt je wanneer de politiek te ver van de realiteit is afgedreven. De straat vertelt je wanneer woorden niet meer genoeg zijn.
En in die straat hoor je iets wat geen politicus kan wegpoetsen: de liefde voor het land. De koppige, taaie, onverwoestbare liefde die Surinamers altijd hebben gehad. Zelfs wanneer de politiek hen teleurstelt. Zelfs wanneer de economie hen breekt. Zelfs wanneer de toekomst onzeker voelt.
Waka Bung Kondreman
Dat is geen slogan. Dat is een herinnering. Een herinnering dat Surinamers altijd weer opstaan. Dat ze vallen, maar nooit blijven liggen. Dat ze discussiëren, schreeuwen, lachen, huilen, maar altijd weer doorgaan. Dat ze elkaar soms hard aanpakken, maar nooit vergeten dat ze één volk zijn.
En misschien is dat de enige constante in dit hele verhaal. Niet de koers. Niet de politiek. Niet het IMF. Maar de mensen. De mensen die blijven lopen, blijven bouwen, blijven hopen. De mensen die weten dat democratie soms luid is, soms pijnlijk, soms rommelig, maar altijd van hen blijft.
Want boven alles ben je Surinamer. En dat is geen economische categorie. Dat is een identiteit die geen devaluatie kan raken.
Waka bung, kondreman.



Plaats een reactie